Gebruikersnaam:   Wachtwoord:   Gratis Registreren | Wachtwoord vergeten?
Rechtenforum.nl
Rechtenforum.nl Rechtenforum.nl
 
Controle paneel
Registreren Registreren
Agenda Agenda
Help Help
Zoeken Zoeken
Inloggen Inloggen

Partners
Energie vergelijken
Internet vergelijken
Hypotheek berekenen

Rechtsbronnen
Rechtspraak
Kamervragen
Kamerstukken
AMvBs
Beleidsregels
Circulaires
Koninklijke Besluiten
Ministeriële Regelingen
Regelingen PBO/OLBB
Regelingen ZBO
Reglementen van Orde
Rijkskoninklijke Besl.
Rijkswetten
Verdragen
Wetten Overzicht

Wettenbundel
Awb - Algm. w. best...
AWR - Algm. w. inz...
BW Boek 1 - Burg...
BW Boek 2 - Burg...
BW Boek 3 - Burg...
BW Boek 4 - Burg...
BW Boek 5 - Burg...
BW Boek 6 - Burg...
BW Boek 7 - Burg...
BW Boek 7a - Burg...
BW Boek 8 - Burg...
FW - Faillissement...
Gemw - Gemeente...
GW - Grondwet
KW - Kieswet
PW - Provinciewet
WW - Werkloosheid...
Wbp - Wet bescherm...
IB - Wet inkomstbel...
WAO - Wet op de arb..
WWB - W. werk & bij...
RV - W. v. Burgerlijk...
Sr - W. v. Strafrecht
Sv - W. v. Strafvor...

Visie
Werkgevers toch ...
Waarderingsperik...
Het verschonings...
Indirect discrim...
Een recht op ide...
» Visie insturen

Rechtennieuws.nl
Loods mag worden...
KPN bereikt akko...
Van der Steur wi...
AKD adviseert de...
Kneppelhout beno...
» Nieuws melden

Snellinks
EUR
OUNL
RuG
RUN
UL
UM
UU
UvA
UvT
VU
Meer links

Rechtenforum
Over Rechtenforum
Maak favoriet
Maak startpagina
Mail deze site
Link naar ons
Colofon
Meedoen
Feedback
Contact

Recente topics
Fast gold for ...
Vernielen erfg...
Verjaring bela...
Kosten executi...
Coronavirus - ...

Carrière
Boekel De Nerée
CMS DSB

Content Syndication


 
Het is nu wo 27 mei 2020 1:40
Bekijk onbeantwoorde berichten

Tijden zijn in GMT + 2 uur

MEMORIE VAN ANTWOORD (met incidenteel beroep)
Moderator: Moderator Team

 
Plaats nieuw bericht   Plaats reactie Pagina 1 van 1
Printvriendelijk | E-mail vriend(in) Vorige onderwerp | Volgende onderwerp  
Auteur Bericht
Firestarter

Firestarter

Leeftijd: 46
Geslacht: Man
Sterrenbeeld: Stier


Berichten: 423


BerichtGeplaatst: di 08 dec 2015 18:21    Onderwerp: MEMORIE VAN ANTWOORD (met incidenteel beroep) Reageer met quote Naar onder Naar boven

Ik vond recent een voorbeeld van een Memorie van antwoord, inclusief een incidenteel beroep. In wezen is een template als deze te gebruiken in ieder (hoger) beroep. Ik betwijfel trouwens of dit een exemplarisch goed voorbeeld is, maar het is ongetwijfeld beter dan wat een juridische leek heeft.

MEMORIE VAN ANTWOORD
in principaal appèl
tevens
MEMORIE VAN GRIEVEN
in incidenteel appèl
Inzake
VERWEERSTER
tevens
incidenteel appellante
tegen:
EISER
tevens
incidenteel geïntimeerde,

Principaal geïntimeerde (verder te noemen: verweerster) heeft kennis genomen van de appèldagvaarding, tevens houdende memorie van grieven met peremptoir aanzegging van principaal appellant en kan zich met de inhoud daarvan niet verenigen.
Verweerster ontkent al hetgeen principaal appellant in de appèldagvaarding, tevens houdende memorie van grieven met peremptoir aanzegging, hebben gesteld indien en voor zover hierna niet uitdrukkelijk het tegendeel blijkt.

Gedingstukken
Verweerster refereert aan de gedingstukken der eerste instantie, in geding gebracht door principaal appellant bij de appèldagvaarding, tevens houdende memorie van grieven met peremptoir aanzegging (verder te noemen: de appèldagvaarding).

Feiten

Verweerster handhaaft haar stellingen in eerste aanleg en verzoekt het Gerechtshof deze hier als herhaald en ingelast te beschouwen.

BESPREKING STANDPUNTEN PRINCIPAAL APPELLANT
Weerlegging grief
Principaal appellant stelt in punt 15 van de appèldagvaarding dat de voorzieningenrechter ten onrechte in rechtsoverweging 4.11 heeft overwogen: …
Volgens principaal appellant zou de voorzieningenrechter hebben miskend dat …
Principaal appellant betoogt tot slot dat de voorzieningenrechter heeft miskend dat …
Verweerster stelt zich dan ook op het standpunt dat de voorzieningenrechter in het onderhavige geval een juiste maatstaf heeft aangelegd.
Gelet op bovengenoemde passage staat principaal appellant naast de gevorderde dwangmiddelen, legio executiemogelijkheden ter beschikking.
Derhalve heeft de voorzieningenrechter in rechtsoverweging 4.11 van het bestreden vonnis terecht de oplegging van de gevorderde dwangmiddelen afgewezen, …
De vordering van principaal appellant dient dan ook op deze grond te worden afgewezen…
Voorts persisteert verweerster in haar standpunt dat de vorderingen van principaal appellant onderling onverenigbaar zijn, nu …
Het bovenstaande leidt derhalve evident tot de conclusie dat de voorzieningenrechter geen onjuiste maatstaf heeft aangelegd door de vorderingen af te wijzen. De grief ligt derhalve voor afwijzing gereed.

Weerlegging spoedeisend belang
Principaal appellant stelt een voldoende spoedeisend belang te hebben bij de onderhavige appel procedure, nu verweerster geen uitvoering zou geven aan het bevel van de voorzieningenrechter om …
Verweerster stelt zich te dien aanzien op het standpunt dat principaal appellant geen spoedeisend belang toekomt waarbij een onmiddellijke voorziening bij voorbaat is vereist…
Dit klemt te meer, nu principaal appellant heeft gesteld reeds uitvoering te hebben gegeven aan de rechterlijke machtiging…
Gelet op het bovenstaande stelt verweerster zich dan ook op het standpunt dat de vorderingen van principaal appellant bij gebrek aan een spoedeisend belang dient te worden afgewezen.

Bewijsmiddelen
Verweerster beschikt over de bewijsmiddelen welke in eerste instantie reeds zijn overgelegd.

Bewijsaanbod
Verweerster wenst haar stellingen met de in het geding gebrachte producties te bewijzen. Voor zover het gerechtshof oordeelt dat op verweerster enige bewijslast rust, biedt zij aan haar stellingen te bewijzen met alle middelen rechtens

INCIDENTEEL APPÈL
Incidenteel appellante (verder te noemen: verweerster) komt harerzijds in hoger beroep tegen het vonnis in kort geding van de voorzieningenrechter van Rechtbank Noord-Holland, d.d. 20 september 2013 (met zaaknummer / rolnummer C/15/205996 / KG ZA 13-430).

Gedingstukken
Verweerster refereert aan de gedingstukken in eerste aanleg, in geding gebracht door incidenteel geïntimeerde bij de appèldagvaarding, tevens houdende memorie van grieven met peremptoir aanzegging (verder te noemen: de appèldagvaarding).

Feiten
Van de feiten zoals reeds uitvoering uiteengezet in de memorie van antwoord, kan ook in het incidenteel appèl worden uitgegaan, waarnaar derhalve wordt verwezen.

Grieven
Incidenteel appellante kan zich niet verenigen met het vonnis in kort geding van de voorzieningenrechter van Rechtbank Noord-Holland, d.d. 20 september 2013 op basis van de volgende grieven:

GRIEF I
De rechtbank heeft ten onrechte geoordeeld in rechtsoverweging 1.2. van het bestreden vonnis dat ten aanzien van de naamsaanduiding van eiser in de dagvaarding sprake is van een verschrijving en dat de bij akte verzochte wijziging partijaanduiding dient tot herstel daarvan en dat de wijziging moet worden toegelaten op grond van artikel 122 Rv.
De rechtbank heeft ten onrechte geoordeeld in rechtsoverweging 1.3 van het bestreden vonnis dat de advocaat van de Politie ter zitting heeft verduidelijkt dat zij met het opgeworpen incident heeft bedoeld eiser eveneens als eisende partij te doen interveniëren op de gronden zoals in de dagvaarding besloten liggen, zodat over voeging kan worden gesproken. Voorts heeft de voorzieningenrechter eiser vervolgens ten onrechte toegelaten als gevoegde partij aan de zijde van de eisende partij, nu uit het lichaam van de dagvaarding en de schriftelijke akte van de Politie genoegzaam duidelijk
zou zijn dat is bedoeld de vorderingen mede namens eiser in te stellen.
Niet kan met de rechtbank worden aangenomen dat er bij de naamsaanduiding van eiser 1 in eerste aanleg (incidenteel geïntimeerde in hoger beroep), sprake is geweest van een verschrijving en dat de bij akte overlegging nadere producties tevens houdende wijziging van partijaanduiding tevens incidentele conclusie van tussenkomst (hierna: de akte), wijziging daarvan moet worden toegelaten. Incidenteel geïntimeerde heeft bij de akte immers onmiskenbaar betoogd dat het landelijk politiekorps, gevestigd te Den Haag, formeel als (tweede) procespartij heeft te gelden. Derhalve wordt weliswaar tussenkomst van een tweede procespartij beoogd, dan wel de aanvankelijke procespartij (formeel) vervangen voor een andere. Indien een andere eisende partij optreedt, dient zulks bij herstelexploot te worden hersteld. Dit is echter niet geschiedt. Derhalve is de dagvaarding nietig.
Voorts voert verweerster aan dat haar belangen wel degelijk zijn geschaad. Zo oordeelde de Hoge Raad immers:
Het Gerechtshof:
[...]
2.5 Dit doet zich echter hier niet voor.
Het belang van de verdediging van geintimeerde omvat zeker het kennen van de naam (namen) van haar tegenpartij, al was het maar voor het verhaal van de proceskosten in hoger beroep. Door het niet kennen van die naam (namen) als gevolg van het gebrek in de dagvaarding in hoger beroep wordt geintimeerde in haar verdediging benadeeld.
2.6 Op grond van het voorgaande moet alsnog de nietigheid van de dagvaarding in hoger beroep worden uitgesproken. Dit betekent dat die dagvaarding geen effect meer heeft en een bespreking van de grieven achterwege kan blijven. Appellanten dienen als de in het ongelijk gestelde partij verwezen te worden in de kosten van het hoger beroep.
[...]
De Hoge Raad:
[...]
3.2 [...]
Voorts stuit de tegen r.o. 2.5 gerichte motiveringsklacht af op het ook zonder nadere motivering niet onbegrijpelijke oordeel van het hof, dat het in art. 94 lid 1 bedoelde geval zich te dezen niet voordoet omdat het belang van verweerders verdediging mede omvat het kennen van de naam van haar tegenpartij, al was het maar voor het verhaal van de proceskosten in hoger beroep, zodat zij is benadeeld in haar verdediging als gevolg van het gebrek in de appeldagvaarding.
De juistheid van dit oordeel kan wegens zijn feitelijk karakter in cassatie niet verder ten toets komen.

Derhalve moet het ervoor worden gehouden dat het kennen van de – juiste – namen van de eisende partij(en) wel degelijk een rechtens te respecteren belang vormen van verweerster. De voorzieningenrechter is hier ten onrechte aan voorbij gegaan.
Derhalve ligt de grief voor toewijzing gereed.

GRIEF II
De rechtbank heeft ten onrechte geoordeeld in rechtsoverweging 4.1 van het bestreden vonnis dat het bezwaar van verweerster - bij monde van advocaat ter zitting gevoerd - dat de dagvaarding lijdt aan een gebrek dat nietigheid met zich brengt nu ten onrechte in de dagvaarding is vermeld dat verweerster niet in persoon, maar vertegenwoordigd door een advocaat ter zitting dient te verschijnen, wordt verworpen op grond van het bepaalde in artikel 122 Rv, nu verweerster ter zitting is vertegenwoordigd door een advocaat en derhalve niet kan worden geacht in haar belangen te zijn geschaad door de onjuiste vermelding in de dagvaarding en dat de omstandigheid dat Verweerster graag zelf had willen verschijnen, maar door de onjuiste tekst in de dagvaarding op het verkeerde been is gezet, zulks niet anders maakt.
Door dusdoende te oordelen is de rechtbank ten onrechte voorbij gegaan aan het zwaarwegend belang van verweerster om gehoord te worden. Het recht op hoor en wederhoor is een fundamenteel recht in een rechtsstaat. Nu verweerster dit recht is ontzegd, kan er niet van gesproken worden dat verweerster niet onredelijk in haar belangen is geschaad.
Voorts stelt verweerster zich op het standpunt dat bij een verzuim in de aanzegging van een dagvaarding, de vraag of de gedaagde partij is benadeeld, geen rol speelt.
Gelet op het bovenstaande moet het ervoor worden gehouden dat de voorzieningenrechter ten onrechte aan het formele verweer van verweerster voorbij is gegaan dat de dagvaarding een nietigheid behelst. Het vermelden van de juiste aanzegging dient op straffe van nietigheid in acht te worden genomen en de vraag of de gedaagde partij hierbij is benadeeld, is daarbij niet relevant. Voorts heeft de voorzieningenrechter incidenteel geïntimeerde niet bevolen om een herstelexploot te doen uitbrengen, waardoor de belangen van verweerster – voor zover hieraan gewicht moet worden gehecht voor het oordeel van de ontvankelijkheid – wel degelijk zijn geschaad. Incidenteel geïntimeerden dienen derhalve in hun vorderingen niet-ontvankelijk te worden verklaard.
De grief ligt aldus voor toewijzing gereed.

GRIEF III
De rechtbank heeft ten onrechte geoordeeld in rechtsoverweging 4.2 van het bestreden vonnis dat naar het oordeel van de voorzieningenrechter de Politie voldoende zelfstandig belang heeft bij de vorderingen, nu de uitlatingen van verweerster van wezenlijke invloed zijn op het functioneren van eiser als politieagent en daarmee de Politie rechtstreeks raken in haar bedrijfsvoering.
Verweerster wenst hier tegen in stelling te brengen dat haar uitlatingen zich enkel richten tegen eiser, derhalve wordt door verweerster dan ook ten stelligste betwist dat de Politie daardoor reputatieschade lijdt. Verweerster betwist voorts uitdrukkelijk dat zij stelselmatig met de politie in aanraking komt. Voorts wordt door verweerster uitdrukkelijk betwist dat de Politie schade zou lijden door een vermeende beperkte inzetbaarheid van eiser. Verweerster komt immers niet veelvuldig met politie en justitie in aanraking en derhalve kan dit geen gevolgen hebben voor de inzetbaarheid van eiser.
Derhalve stelt verweerster dat de Politie niet een voldoende zelfstandig belang toekomt, doch dat er slechts sprake is van een afgeleid belang. Derhalve dient op grond van artikel 3:303 BW bij gebreke van voldoende belang, de vorderingen van de Politie te worden afgewezen, dan wel niet-ontvankelijk te worden verklaard.
De grief ligt aldus voor toewijzing gereed.

GRIEF IV
De rechtbank heeft ten onrechte geoordeeld in rechtsoverweging 4.3 van het bestreden vonnis dat…
Alleen al op deze gronden dient te vordering dan ook te worden afgewezen, althans dienen incidenteel geïntimeerde in zijn vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard.
Ook deze grief ligt derhalve voor toewijzing gereed.

GRIEF V
De rechtbank heeft ten onrechte geoordeeld in rechtsoverweging 4.4 en 4.5 van het bestreden vonnis dat er in het onderhavige geval sprake is van …
De gevolgen die eiser van de vermeend onrechtmatige publicaties heeft ondervonden, worden dan ook bij gebrek aan bewijzen betwist. Bovendien is verweerster uit de strafzaak bekend dat eiser reeds eerder psychische problemen had die niet met eiser te maken hadden. De gestelde schade staat derhalve niet in causaal verband met de vermeende gepleegde onrechtmatige daad.
Gelet op het bovenstaande moet worden geconcludeerd dat er geen sprake is van een (toerekenbare) onrechtmatige daad zijdens verweerster en dat de vorderingen van incidenteel geïntimeerden derhalve dienen te worden afgewezen.
Verweerster is overigens van mening dat ten aanzien van delicten als de onderhavige, zijnde smaad en smaadschrift, dan wel laster, juist van verbalisanten kan worden verwacht dat zij een dikkere huid hebben en ertegen opgewassen zijn.
Voorts geldt naar de mening van verweerster ook in strafrechtelijke zin de rechtvaardigingsgrond dat verweerster meende in het algemeen belang, misstanden aan de orde te stellen, meer in het bijzonder dat de politie niet blindelings kan worden vertrouwd. Verweerster is dan ook van mening dat dit het strafbaar karakter van de vermeend gepleegde strafbare feiten weg neemt.

GRIEF VI
Ten onrechte heeft de rechtbank in rechtsoverweging 4.14 van het bestreden vonnis verweerster in de proceskosten veroordeeld.
Zelfs indien appellant in het ongelijk zou worden gesteld, had de rechter gezien de aard van de zaak de proceskosten kunnen compenseren.
De grief ligt aldus voor toewijzing gereed.

Spoedeisend belang
Verweerster stelt een voldoende spoedeisend belang te hebben bij het treffen van een onmiddellijke voorziening bij voorraad, nu zij ten onrechte is veroordeeld in kort geding en incidenteel geïntimeerden de tenuitvoerlegging van het vonnis in kort geding reeds zijn aangevangen. Verweerster ziet zich derhalve genoodzaakt zichzelf in hoger beroep hiertegen te verweren.

Bewijsaanbod
Verweerster wenst haar stellingen met de in het geding gebrachte producties te bewijzen. Voor zover het Gerechtshof zou oordelen dat op verweerster enige bewijslast zou rusten, zonder dat verweerster onverplicht een bewijslast op zich neemt, biedt verweerster aan haar stellingen, voor zover door incidenteel geïntimeerden betwist, te bewijzen door alle middelen rechtens.

EIS:
dat het het Gerechtshof behage, voorzover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,
principaal appellant in zijn oorspronkelijke vordering(en) niet-ontvankelijk te verklaren,
althans hun deze als zijnde ongegrond en onbewezen te ontzeggen, met bevestiging van het vonnis in kort geding van de voorzieningenrechter van Rechtbank Noord-Holland, d.d. 20 september 2013 (met zaaknummer / rolnummer C/15/205996 / KG ZA 13-430), voor zover het betreft de afwijzing van het gevorderde onder D en E in het petitum van de inleidende dagvaarding in eerste aanleg en voor het overige het vonnis van 20 september 2013 te vernietigen en opnieuw rechtdoende alle toegewezen vorderingen van principaal appellant alsnog af te wijzen;
alles met veroordeling van principaal appellant in de kosten van beide instanties.
Bekijk profiel Stuur privé bericht
Berichten van afgelopen:   
Plaats nieuw bericht   Plaats reactie Pagina 1 van 1

Tijden zijn in GMT + 2 uur


Wie zijn er online?
Leden op dit forum: Geen

U mag geen nieuwe onderwerpen plaatsen
U mag geen reacties plaatsen
U mag uw berichten niet bewerken
U mag uw berichten niet verwijderen
U mag niet stemmen in polls

Ga naar:  



Home | Over Rechtenforum.nl | Agenda | Visie | Downloads | Links | Mail deze site | Contact

Sites: Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | Juridischeagenda.nl | Juridica.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl

© 2003 - 2018 Rechtenforum.nl | Gebruiksvoorwaarden | Privacyverklaring | RSS feeds