Uw opmerking,"De zaak", geeft weinig houvast om hier een antwoord op te geven.
Mijn advies is om contact op te nemen met de AFM.
Op basis van de Wet handhaving consumentenbescherming heeft de AFM de bevoegdheid om toezicht te houden op de naleving van Nederlandse regels over consumentenbescherming.
Buitenlandse flitskredietaanbieders (vanuit een ander land binnen de EU opererend) die niet onder de vergunningplicht vallen van de AFM en wel online flitskredieten aanbieden aan de Nederlandse consument, zijn gebonden aan de regels voor de maximale kredietvergoeding van 10%.
Op basis van de Wet handhaving consumentenbescherming heeft de AFM de bevoegdheid om toezicht te houden op de naleving van Nederlandse regels over consumentenbescherming. Deze regels gelden zowel voor Nederlandse flitskredietaanbieders als flitskredietaanbieders die via een ander land binnen de EU flitskrediet aanbieden aan Nederlandse consumenten. Eén van die regels is de Wet oneerlijke handelspraktijken.
In het kort komt deze wet er op neer dat een onderneming geen oneerlijke handelspraktijken mag verrichten. Dit betekent onder meer dat een onderneming moet voorkomen dat zij misleidende informatie verstrekt, bijvoorbeeld over de kosten die voor het krediet in rekening worden gebracht.
Om te voorkomen dat consumenten misleid worden moet een onderneming essentiële informatie opnemen in reclame-uitingen. Deze informatie moet de consument in staat stellen op een zorgvuldige wijze tot het besluit te komen. Zonder deze informatie is er sprake van een zogenoemde misleidende omissie.
Bij essentiële informatie kan gedacht worden aan de kosten die in rekening worden gebracht voor het afsluiten van een krediet met een looptijd korter dan 3 maanden.
|