Gebruikersnaam:   Wachtwoord:   Gratis Registreren | Wachtwoord vergeten?
Rechtenforum.nl
Rechtenforum.nl Rechtenforum.nl
 
Controle paneel
Registreren Registreren
Agenda Agenda
Help Help
Zoeken Zoeken
Inloggen Inloggen

Partners
Energie vergelijken
Internet vergelijken
Hypotheek berekenen

Rechtsbronnen
Rechtspraak
Kamervragen
Kamerstukken
AMvBs
Beleidsregels
Circulaires
Koninklijke Besluiten
Ministeriële Regelingen
Regelingen PBO/OLBB
Regelingen ZBO
Reglementen van Orde
Rijkskoninklijke Besl.
Rijkswetten
Verdragen
Wetten Overzicht

Wettenbundel
Awb - Algm. w. best...
AWR - Algm. w. inz...
BW Boek 1 - Burg...
BW Boek 2 - Burg...
BW Boek 3 - Burg...
BW Boek 4 - Burg...
BW Boek 5 - Burg...
BW Boek 6 - Burg...
BW Boek 7 - Burg...
BW Boek 7a - Burg...
BW Boek 8 - Burg...
FW - Faillissement...
Gemw - Gemeente...
GW - Grondwet
KW - Kieswet
PW - Provinciewet
WW - Werkloosheid...
Wbp - Wet bescherm...
IB - Wet inkomstbel...
WAO - Wet op de arb..
WWB - W. werk & bij...
RV - W. v. Burgerlijk...
Sr - W. v. Strafrecht
Sv - W. v. Strafvor...

Visie
Werkgevers toch ...
Waarderingsperik...
Het verschonings...
Indirect discrim...
Een recht op ide...
» Visie insturen

Rechtennieuws.nl
Loods mag worden...
KPN bereikt akko...
Van der Steur wi...
AKD adviseert de...
Kneppelhout beno...
» Nieuws melden

Snellinks
EUR
OUNL
RuG
RUN
UL
UM
UU
UvA
UvT
VU
Meer links

Rechtenforum
Over Rechtenforum
Maak favoriet
Maak startpagina
Mail deze site
Link naar ons
Colofon
Meedoen
Feedback
Contact

Recente topics
Ongeoorlo door...
Overdracht cop...
Overname faill...
Schorsing proc...
vordering betw...

Carrière
Boekel De Nerée
CMS DSB

Content Syndication


 
»
Directe schending van 57 Sv; geen 359a Sv consequenties.
Geplaatst: di 08 mei 2007 18:05
Auteur: mr. Arthur van 't Hek
Visie  Attendeer mij op nieuwe reacties op deze visie  Maak favoriet  Printvriendelijk  E-mail vriend(in)  Download als PDF
di 08 mei 2007 16:50 Expanding the powers of the European Community  di 08 mei 2007 21:05 Werkgever aansprakelijk voor RSI-klachten bij thuiswerk

Een handeling die in strijd met het Wetboek van Strafvordering lijkt te zijn, hoeft ingevolge onderstaande beslissing niet langer juridische consequenties in de zin van artikel 359a Sv te hebben. De Hoge Raad erkent de mogelijke wettelijke schending van het Wetboek van Strafvordering, maar vindt dat zulks geen juridische gevolgen, in de zin van 359a Sv, behoeft te hebben.

De vraag die zich in mijn ogen, naar aanleiding van onderstaande beslissing1 meer en meer opdringt, is in welke mate een wettelijke schending in het voorbereidend onderzoek door de Hoge Raad wordt geaccepteerd, zonder dat daar een voor de verdachte/ politie te nemen ‘359a Sv-consequentie’ aan vastzit.

In onderstaande casus heeft verdachte zich vrijwillig op het politiebureau gemeld. Tijdens het eerste afgenomen verhoor bekent hij een aantal gepleegde strafbare feiten inzake de Opiumwet. De verdachte wordt daarop meteen in verzekering gesteld. De verdachte vraagt daarop in casu vóór, gedurende – en na zijn verhoor bij de inverzekeringstelling om de bijstand van een raadsman. Wettelijk gezien heeft de verdachte conform artikel 57 lid 2 Sv een wettelijk recht om zich tijdens zijn verhoor bij de inverzekeringstelling te laten bijstaan door een advocaat. Slechts indien een verdachte expliciet te kennen geeft geen rechtsbijstand te willen, kan dat worden geweigerd.2 Wat er met het rechtsbijstandverzoek in casu is gebeurd is niet helemaal duidelijk.

In voormeld proces-verbaal wordt geconcludeerd dat het niet anders kan zijn dan dat ook de Raad voor de Rechtsbijstand in kennis is gesteld van de inverzekeringstelling van verdachte op 18 mei 1998. Het hof laat in het midden of dit laatste ook het geval is geweest. In elk geval is vast komen te staan dat de verdachte tijdens diens inverzekeringstelling op het politiebureau niet is bezocht door een raadsman. Het oordeel van het Hof komt erop neer dat, ook al zou de omstandigheid dat de verdachte tijdens de inverzekeringstelling niet is bezocht door een raadsman het gevolg zijn van een verzuim als bedoeld in art. 359a Sv, zulks niet tot een van de in die bepaling voorziene gevolgen behoeft te leiden.3

Het hof verwerpt het verweer van de verdachte. Of de verdachte tijdens zijn verhoor überhaupt wel door een raadsman is bezocht maakt voor het hof, voor de uitkomst van de zaak, niet uit. In cassatie wordt deze beslissing door de Hoge Raad overgenomen.

Het oordeel van het Hof komt erop neer dat, ook al zou de omstandigheid dat de verdachte tijdens de inverzekeringstelling niet is bezocht door een raadsman het gevolg zijn van een verzuim als bedoeld in art. 359a Sv, zulks niet tot een van de in die bepaling voorziene gevolgen behoeft te leiden. Dat oordeel getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting, terwijl het evenmin onbegrijpelijk is.4

Het strafprocessuele belang van 359a Sv.
De bepaling van artikel 359a Sv is gecreëerd om een wettelijke basis te geven aan de sancties op vormverzuimen in het voorbereidend onderzoek zoals die in de rechtspraak zijn ontwikkeld.5 Het wringt zich of in bovenstaande casus een vormverzuim in het voorbereidend onderzoek aan te nemen is. Valt het de politie redelijkerwijs te verwijten dat de verdachte tijdens zijn inverzekeringstelling niet door een raadsman is bezocht? De casus geeft ons daarvoor geen absolute zekerheid. Feit is dat de verdachte tijdens zijn inverzekeringstelling recht had op de bijstand van een advocaat en de politie niet zeker weet of contact met rechtsbijstand is opgenomen. Een handeling die de politie mag worden verweten. Het aannemen van een vormverzuim lijkt een logisch juridische consequentie.

Ten aanzien van gemaakte vormverzuimen in het vooronderzoek biedt het Wetboek van Strafvordering de mogelijkheid aan de rechter om hier juridische consequenties aan te verbinden.6 In casu past de rechter 359a Sv echter niet toe omdat verdachte in geen enkel rechtsbelang is geschaad. Mede door zijn vrijwillige melding op het politiebureau en het afleggen van een vrijwillige bekentenis gaf de verdachte. Ik vraag mij ten zeerste af of we hier met een correcte bejegening van de positie van de verdachte van doen hebben. In casu is door de verdachte nota bene vóór, tijdens en na zijn verhoor bij de inverzekeringstelling een beroep op rechtsbijstand gedaan.

359a Sv-constatering.
Door de Hoge Raad is in eerdere jurisprudentie uitgemaakt dat ten aanzien van gemaakte vormverzuimen in het voorbereidend onderzoek ook slechts geconstateerd kan worden dat er iets is misgegaan, zonder dat daar consequenties aan worden verbonden.7 Uit vaste jurisprudentie blijkt dat zodra de verdachte niet in enig rechtens te respecteren belang is geschaad, kan worden volstaan met de constatering dat in het voorbereidend onderzoek een onherstelbaar verzuim heeft plaatsgevonden.8

In casu besloot de verdachte de door hem gepleegde strafbare feiten spontaan te bekennen. Later bevestigde hij de bekentenis tijdens een nader verhoor. Nu de aanwezigheid van een advocaat weinig aan de bevestiging van de bekentenis van de verdachte had kunnen veranderen, kan men stellen dat de verdachte weliswaar niet in enig rechtens te respecteren belang is geschaad, maar, omdat een vormverzuim in het voorbereidend onderzoek niet onwaarschijnlijk lijkt, de rechter in casu wél tot de constatering van een vormverzuim had moeten komen.

Conclusie
De toepassing van één van de strafprocessuele sancties van artikel 359a Sv impliceert dat de rechter het maken van fouten in het voorbereidend onderzoek erkent. Deze redenatie is van belang in bovenstaande casus. Het gaat hier om een verdachte die constant om juridische bijstand verzocht. De bijstand is mogelijk geweigerd bij het verhoor tijdens zijn inverzekeringstelling, terwijl de verdachte ingevolge 57 lid 2 Sv een wettelijk recht had op een advocaat. Dat de politie geen contact tot stand heeft weten te brengen tussen de verdachte en de gevraagde juridische bijstand is haar aan te rekenen.

De verdachte, die het ‘slachtoffer’ wordt van een verzuim in een voorbereidend onderzoek dient er, in mijn ogen, op te kunnen vertrouwen dat een dergelijke handelswijze niet door de rechter wordt gefiatteerd. In casu is minimaal onduidelijk of er door de politie contact is opgenomen met de wettelijke rechtsbijstand, waar de verdachte recht op heeft. Er kan worden gesteld dat de verdachte door deze schending niet in enig rechtens te respecteren belang geschaad, maar een vormverzuim aannemen lijkt evenwel niet onaannemelijk. Nu dat niet gebeurd is, vraag ik me af waar de grens inzake de toepassing van 359a Sv ligt?

De toepassing van artikel 359a Sv in casu had de politie er tevens toe genoopt het systeem van contactlegging bij de inverzekeringstelling tussen de verdachte en de verzochte juridische bijstand nader te overwegen. Op welke manier wordt de politie binnen het Nederlandse strafprocesrecht nu precies verplicht rechtsbijstand voor de verdachte te verzorgen? Twijfel over het leggen van contact tussen de verdachte en een raadsman lijkt immers eerder de politie aan te rekenen dan de persoon van de verdachte zelf. Zo had de erkenning van een vormverzuim in het voorbereidend onderzoek door de rechter tevens een uitdaging voor de politie gevormd geldende procedures in het voorbereidend onderzoek te verbeteren. Voornoemde handelswijze is in casu niet door de rechter bestraft. Daarom kan ik mij voorstellen dat de politie niet het gevoel heeft een fout te hebben gemaakt.

Naar aanleiding van bovenstaand arrest kan per casus de situatie ontstaan waarin telkens onduidelijk is of de verdachte zijn strafprocessuele rechten wel te gelde heeft kunnen maken. Voor de uitkomst van de zaak maakt dat evenwel niet uit, omdat gemaakte vormverzuimen voor de rechter geen juridische consequenties meer hebben. Een ontwikkeling die mijns inziens niet is aan te bevelen.

Mr. A.C. van ’t Hek is als juridisch medewerker werkzaam bij de Regionale Recherchedienst Rotterdam.
___________________
1. Hoge Raad, LJN AV6201
2. Hof Den Haag (Pres. KG) 18 mei 1995, NJ 1996, 226.
3. Hoge Raad, LJN: AV6201, r.o. 3.2
4. R.o. 3.3
5. Cleiren & Nijboer 2005, (T&C Sv), art. 359a Sv, aant. 1.
6. 359a Sv kent ruim gezegd vier consequenties: Constatering van het vormverzuim, strafvermindering, bewijsuitsluiting en de Niet-Ontvankelijkheid van het OM.
7. HR 22 september 1998, NJ 1999, 104.
8. HR 16 november 2006, LJN: AY9178.


Visie | Een visie insturen | Maak favoriet | E-mail vriend(in) | Download als PDF
di 08 mei 2007 16:50 Expanding the powers of the European Community  di 08 mei 2007 21:05 Werkgever aansprakelijk voor RSI-klachten bij thuiswerk
Meer visies
Reacties

Er zijn nog geen reacties op deze visie.


Agenda 


Home | Over Rechtenforum.nl | Agenda | Visie | Downloads | Links | Mail deze site | Contact

Sites: Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | Juridischeagenda.nl | Juridica.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl

Judex.nl | Rechtsinfo.nl | Scheidingsprofs.nl | Netjesscheiden.nl

© 2003 - 2017 Rechtenforum.nl | Gebruiksvoorwaarden | Privacyverklaring | RSS feeds