Gebruikersnaam:   Wachtwoord:   Gratis Registreren | Wachtwoord vergeten?
Rechtenforum.nl
Rechtenforum.nl Rechtenforum.nl
 
Controle paneel
Registreren Registreren
Agenda Agenda
Help Help
Zoeken Zoeken
Inloggen Inloggen

Rechtsbronnen
Rechtspraak
Kamervragen
Kamerstukken
AMvBs
Beleidsregels
Circulaires
Koninklijke Besluiten
Ministeriële Regelingen
Regelingen PBO/OLBB
Regelingen ZBO
Reglementen van Orde
Rijkskoninklijke Besl.
Rijkswetten
Verdragen
Wetten Overzicht

Wettenbundel
Awb - Algm. w. best...
AWR - Algm. w. inz...
BW Boek 1 - Burg...
BW Boek 2 - Burg...
BW Boek 3 - Burg...
BW Boek 4 - Burg...
BW Boek 5 - Burg...
BW Boek 6 - Burg...
BW Boek 7 - Burg...
BW Boek 7a - Burg...
BW Boek 8 - Burg...
FW - Faillissement...
Gemw - Gemeente...
GW - Grondwet
KW - Kieswet
PW - Provinciewet
WW - Werkloosheid...
Wbp - Wet bescherm...
IB - Wet inkomstbel...
WAO - Wet op de arb..
WWB - W. werk & bij...
RV - W. v. Burgerlijk...
Sr - W. v. Strafrecht
Sv - W. v. Strafvor...

Visie
Werkgevers toch ...
Waarderingsperik...
Het verschonings...
Indirect discrim...
Een recht op ide...
» Visie insturen

Rechtennieuws.nl
Nieuwe opzet Won...
Aanpassing regel...
Ontslag Duitse v...
'Brussel straft ...
Handelsregister ...
» Nieuws melden

Snellinks
EUR
OUNL
RuG
RUN
UL
UM
UU
UvA
UvT
VU
Meer links

Rechtenforum
Over Rechtenforum
Maak favoriet
Maak startpagina
Mail deze site
Link naar ons
Colofon
Meedoen
Feedback
Contact

Recente topics
Klacht tegen a...
Referendum – R...
Werkgever fail...
Regeling “afsl...
dement

Carrière
Boekel De Nerée
CMS DSB

Content Syndication


 
Het is nu za 25 okt 2014 12:09
Bekijk onbeantwoorde berichten

Tijden zijn in GMT + 2 uur

rechten schuldeiser bij nog niet opeisbare schuld
Moderators: Nemine contradicente, StevenK
 
Plaats nieuw bericht   Plaats reactie Pagina 1 van 2 Ga naar pagina 1, 2  Volgende
Printvriendelijk | E-mail vriend(in) Vorige onderwerp | Volgende onderwerp  
Auteur Bericht
articsunny



Leeftijd: 113
Geslacht: Vrouw
Sterrenbeeld: Steenbok


Berichten: 42


BerichtGeplaatst: wo 14 okt 2009 0:55    Onderwerp: rechten schuldeiser bij nog niet opeisbare schuld Reageer met quote Naar onder Naar boven

Casus: Legataris heeft vordering op erfgenaam belast met het legaat. Legaat pas opeisbaar na overlijden erfgenaam. Vrees voor verduistering i.v.m. gedragingen en uitspraken van erfgenaam (o.a. bewijsbare verduistering deel van de nalatenschap ten nadele van legataris). Geen vruchtgebruik of interingsbevoegdheid voor de erfgenaam. Legaat wordt jaarlijks met de wettelijke rente verhoogd conform testamentaire voorwaarde.

Erfgenaam claimt zelfde rechten te hebben als een langstlevende echtgenoot die op basis van de wettelijke verdeling enig erfgenaam is geworden.

Mijn inziens is de claim van de erfgenaam onjuist.

Bij de wettelijke verdeling krijgen kinderen slechts een niet opeisbare vordering op de langstlevende ouder. Pas bij het overlijden van deze ouder wordt deze vordering een schuld van de nalatenschap. De overblijvende ouder hoeft dus geen enkele rekening en/of verantwoording aan de kinderen af te leggen.

Een toegekend legaat is echter direct een schuld van de nalatenschap. Indien de erfgenaam de nalatenschap zuiver heeft aanvaard, dan wordt op dat moment het verbintenissenrecht van toepassing. De schuldeiser (legataris) heeft een onvoorwaardelijke vordering op de schuldenaar (erfgenaam). Slechts het moment van levering is uitgesteld
De schuldenaar dient zich als een goed schuldenaar te gedragen overeenkomstig de eisen van redelijkheid en billijkheid conform artikel 6:2BW.

Vragen:
1. Is mijn redenering juist
2. Met welke middelen kan de erfgenaam worden gedwongen om voldoende vermogen over te houden zodat na zijn overlijden de schuld uit het legaat kan worden voldaan?

N.B. Ik plaats dit topic in civiel recht omdat ik van mening ben dat het erfrecht na het ontstaan van de verbintenis tussen schuldenaar en schuldeiser niet meer leidend is.
Bekijk profiel Stuur privé bericht
Martha



Leeftijd: 33
Geslacht: Vrouw
Sterrenbeeld: Stier
Studieomgeving (BA): UvA
Studieomgeving (MA): UvA
Berichten: 393


BerichtGeplaatst: wo 14 okt 2009 13:34    Onderwerp: Reageer met quote Naar onder Naar boven

Begrijp eigenlijk niet zo goed waarom dit legaat pas opeisbaar is ná overlijden van de erfgenaam.

Als ik u begrijp bestaat het legaat daaruit dat de erfgenaam een bepaalde som (die jaarlijks met rente wordt verhoogd) dient te reserveren voor de legataris, zodat deze ná het overlijden van de erfgenaam dit bedrag toekomt?

Aldus komt het er eigenlijk op neer (in uw visie) dat dit gedeelte van de nalatenschap niet ter beschikking staat aan de erfgenaam. Dus eigenlijk heeft deze dit gedeelte dan niet geeerfd (daar komt het dan, een beetje, op neer).
Maar dan begrijp ik niet zo goed waarom de erflater zo´n omslachtige weg heeft gekozen en dit legaat pas opeisbaar heeft gemaakt ná overlijden van de erfgenaam.
Is hier een reden voor? Is de legataris wellicht minderjarig en is de verwachting dat deze bij het overlijden van de erfgenaam meerderjarig zal zijn? Is het als het ware de bedoeling dat de erfgenaam dat bedrag bewaakt en bewaart voor de legataris?

Uw vraag, of de erfgenaam in de tussentijd al dan niet over dit bedrag mag beschikken, schijnt mij een zaak van uitleg van de bepaling.

Als de erfgenaam niet over het bedrag mag beschikken (en er ook niet de vruchten van mag genieten), begrijp ik niet zo goed waarom de erflater dan niet de erfgenaam meteen heeft opgedragen dit bedrag aan de legataris uit te keren doch ervoor kiest de vordering pas opeisbaar te maken bij het overlijden van de erfgenaam.
Mogelijk zijn hiervoor redenen aanwezig?

Als een en ander niet expliciet is geregeld in het testament dan zal het aankomen op de uitleg van de bepaling.
De vraag is of op de erfgenaam onvoorwaardelijk de plicht rust de genoemde som te leveren bij diens overlijden (en er dus bij leven reeds voor moet zorgdragen dat deze som gereserveerd blijft), of dat deze plicht voorwaardelijk is bedoeld (voorzover er voldoende over is van de nalatenschap).

Als het een vaas of schilderij zou betreffen lijkt mij het antwoord dat de erfgenaam deze dient te behouden opdat de legataris deze bij zijn overlijden kan krijgen.
In dat geval is echter begrijpelijk waarom de erflater daarvoor heeft gekozen, hij wilde dat de erfgenaam van de vaas/schilderij kon genieten tot diens dood en dat pas dan het goed naar de legataris zou gaan.
In dit geval (nu het slechts om een bedrag gaat) is (voor mij) onbegrijpelijk waarom de erflater voor deze weg zou hebben gekozen als de erfgenaam op geen enkele wijze van dit geld of de vruchten hieruit zou mogen ´genieten´.
Bekijk profiel Stuur privé bericht
articsunny



Leeftijd: 113
Geslacht: Vrouw
Sterrenbeeld: Steenbok


Berichten: 42


BerichtGeplaatst: wo 14 okt 2009 22:41    Onderwerp: Reageer met quote Naar onder Naar boven

Beste Martha,

Dank voor uw uitgebreide antwoord. Ik begrijp uw vragen maar het waarom zullen we waarschijnlijk nooit weten aangezien we het de erflater helaas niet meer kunnen vragen. Wat ik nog vergeten ben te melden is dat de legataris een volwassen kind van de erflater is en het legaat op ieder moment door de erfgenaam mag worden uitgekeerd. De relatie heeft maar enkele jaren geduurd en de erflater heeft geen verzorgingsplicht

Het testament valt volgens mij maar op 1 manier uit te leggen namelijk:
De erflater wilde er zeker van zijn dat de legataris het legaat zou ontvangen zonder dat de partner hierdoor op korte termijn in financiële problemen zou geraken. Dat zou bijvoorbeeld het geval kunnen zijn als een groot deel van het nagelaten vermogen vast was komen te zitten in een huis. Als stok achter de deur en om het legaat waardevast te maken , wordt het legaat jaarlijks verhoogd met de wettelijke rente. De erfgenaam heeft er dus geen voordeel bij om het legaat langer dan strikt noodzakelijk onder zich te houden.

In onderhavig geval is de nalatenschap vrijwel geheel liquide en de jaarlijkse rentelast aanzienlijk. Toch weigert de erfgenaam het legaat uit te betalen waardoor de logische conclusie getrokken kan worden dat de erfgenaam er geen moeite mee heeft om insolvabel te worden en er een grote kans is dat na het overlijden van de erfgenaam uit de nalatenschap het legaat inclusief de rente niet of niet geheel zal kunnen worden uitbetaald.

Het erfrechtelijke deel is naar mijn mening echter niet meer relevant nadat de verdeling heeft plaatsgevonden. De erfgenaam heeft nu het volledig eigendom van de nalatenschap maar tevens een onvoorwaardelijke, rentedragende schuld aan de legataris. Volgens het testament is uitsluitend de levering (de opeisbaarheid) van het legaat uitgesteld tot na het overlijden van de erfgenaam.

De vraag is dus welke middelen de legataris als schuldeiser ter beschikking staan om te voorkomen dat de schuldenaar insolvabel komt te overlijden.
Zou onderstaand wetsartikel de legataris van dienst kunnen zijn? Met name lid c lijkt een aanknopingspunt te bieden.

Artikel 83 | BW6, Boek 6, Titel 1, Afdeling 9, Paragraaf 2
Het verzuim treedt zonder ingebrekestelling in:

a. wanneer een voor de voldoening bepaalde termijn verstrijkt zonder dat de verbintenis is nagekomen, tenzij blijkt dat de termijn een andere strekking heeft.

b.wanneer de verbintenis voortvloeit uit onrechtmatige daad of strekt tot schadevergoeding als bedoeld in artikel 74 lid 1 en de verbintenis niet terstond wordt nagekomen;

c. wanneer de schuldeiser uit een mededeling van de schuldenaar moet afleiden dat deze in de nakoming van de verbintenis zal tekortschieten.


Helaas mis ik de kennis en vaardigheid om dit juridisch sluitend op papier te krijgen dus alle hulp is welkom.
Bekijk profiel Stuur privé bericht
Martha



Leeftijd: 33
Geslacht: Vrouw
Sterrenbeeld: Stier
Studieomgeving (BA): UvA
Studieomgeving (MA): UvA
Berichten: 393


BerichtGeplaatst: do 15 okt 2009 13:23    Onderwerp: Reageer met quote Naar onder Naar boven

Het komt dan toch aan op uitleg van de bepaling.
U stelt dat u een ´onvoorwaardelijke´vordering heeft, aldus is er enkel een tijdsbepaling (overlijden) aan de vordering verbonden.
Doch de vraag of een vordering voorwaardelijk of onvoorwaardelijk is is een kwestie van uitleg.
Hoe lang of kort de relatie heeft geduurd is van geen belang, de persoon in kwestie is erfgenaam. De erflater had ook kunnen nalaten het legaat te maken.

De bewijslastverdeling is als volgt. Als u kunt bewijzen een vordering te hebben (dat kunt u met het testament neem ik aan), dan moet de wederpartij bewijzen dat deze vordering voorwaardelijk is. Dus betreffende het voorwaardelijk zijn of niet bent u in het voordeel wat de bewijslast aangaat.

Ander punt is dat u een kind van de erflater bent (zo ik begrijp), dan heeft u (in principe) recht op uw legitieme portie!
Kijkt u even naar art. 63 t/m 92 van Boek 4 BW
Bekijk profiel Stuur privé bericht
Martha



Leeftijd: 33
Geslacht: Vrouw
Sterrenbeeld: Stier
Studieomgeving (BA): UvA
Studieomgeving (MA): UvA
Berichten: 393


BerichtGeplaatst: do 15 okt 2009 13:28    Onderwerp: Reageer met quote Naar onder Naar boven

articsunny schreef:
Beste Martha,
Het testament valt volgens mij maar op 1 manier uit te leggen namelijk:
De erflater wilde er zeker van zijn dat de legataris het legaat zou ontvangen zonder dat de partner hierdoor op korte termijn in financiële problemen zou geraken. Dat zou bijvoorbeeld het geval kunnen zijn als een groot deel van het nagelaten vermogen vast was komen te zitten in een huis. Als stok achter de deur en om het legaat waardevast te maken , wordt het legaat jaarlijks verhoogd met de wettelijke rente. De erfgenaam heeft er dus geen voordeel bij om het legaat langer dan strikt noodzakelijk onder zich te houden.


Dat is dus ook een (mogelijke) uitleg van de bepaling.

Overigens, betreffende de bewijslastverdeling: ik stelde wel dat u dat met het testament kunt bewijzen, dat u een vordering heeft. Doch komt het daarbij ook aan op uitleg van het testament, zodat omtrent die uitleg de bewijslast op u ligt.
Bekijk profiel Stuur privé bericht
articsunny



Leeftijd: 113
Geslacht: Vrouw
Sterrenbeeld: Steenbok


Berichten: 42


BerichtGeplaatst: vr 16 okt 2009 12:27    Onderwerp: Reageer met quote Naar onder Naar boven

Wederom bedankt voor uw antwoord. Ik begrijp dat er 2 soorten vorderingen zijn namelijk een voorwaardelijk waarbij de voorwaarde het overlijden van de erfgenaam is of een onvoorwaardelijke. In het eerste scenario heeft de (voorwaardelijke) legataris geen enkele recht zover is mij duidelijk.

In het testament staat echter:

"ik legateer aan N ...." zonder dat in deze paragraaf enige voorwaarde wordt gesteld anders dan onwaardigheid van de legataris.

In een aparte opeisbaarheidsclausule staat:
'In overeenstemming met artikel 4:82 Burgelijk wetboek bepaal ik dat het legaat en de legitieme vordering van mijn legataris met de daarover verschuldigde rente ten laste van mijn levensgezel eerst opeisbaar zullen zijn bij zijn overlijden."

Verderop staat dat "mijn levensgezel is altijd bevoegd de legaten en/of de renten verschuldigd over het gelegateerdeaan mijn legataris geheel of gedeeltelijk uit te keren."


Volgens mij staat onomstotelijk vast dat het geen voorwaardelijk legaat is omdat:
1. het tekstueel niet als zodanig ergens in het testament is gesteld dat aan het ontstaan van de vordering krachtens legaat een voorwaarde wordt verbonden.
2. een legitieme vordering ook een onvoorwaardelijke vordering is
3. Artikel 4.82 slecht de opeisbaarheid voorwaardelijk maakt.
3. De legaten altijd (dus ook bij leven) door de erfgenaam mogen worden uitgekeerd.

Volgens mij kun je daarom de conclusie trekken dat in dit geval de onvoorwaardelijke vordering valt onder het verbintenissenrecht van boek 6 BW.

Ben jij het door deze aanvullende informatie met mij eens ?
Ik begrijp dat het lastig is om hieronvoorwaardelijk ja op te zeggen zonder het gehele testament ingezien te hebben, maar welke rechten heeft de legataris en op welke manier kan de boek 6 (en eventueel boek 3) in dit scenario gebruiken om de erfgenaam te dwingen zijn verplchtingen na te komen ?
Bekijk profiel Stuur privé bericht
Martha



Leeftijd: 33
Geslacht: Vrouw
Sterrenbeeld: Stier
Studieomgeving (BA): UvA
Studieomgeving (MA): UvA
Berichten: 393


BerichtGeplaatst: vr 16 okt 2009 13:49    Onderwerp: Reageer met quote Naar onder Naar boven

articsunny schreef:
Wederom bedankt voor uw antwoord. Ik begrijp dat er 2 soorten vorderingen zijn namelijk een voorwaardelijk waarbij de voorwaarde het overlijden van de erfgenaam is of een onvoorwaardelijke. In het eerste scenario heeft de (voorwaardelijke) legataris geen enkele recht zover is mij duidelijk.


Het overlijden van de erfgenaam is geen voorwaarde doch enkel een tijdsbepaling. Een voorwaarde moet onzeker zijn. Dat iemand zal sterven is niet onzeker.
De voorwaardelijkheid waar ik op doelde is de vraag of de erfgenaam onvoorwaardelijk de plicht heeft de gestelde som na te laten bij zijn overlijden, of dat deze plicht voorwaardelijk is met als voorwaarde "voorzover het overgebleven vermogen dat toelaat".

articsunny schreef:

In het testament staat echter:

"ik legateer aan N ...." zonder dat in deze paragraaf enige voorwaarde wordt gesteld anders dan onwaardigheid van de legataris.


Een voorwaarde hoeft niet nadrukkelijk te worden gesteld, doch kan ook uit de uitleg volgen.

articsunny schreef:

In een aparte opeisbaarheidsclausule staat:
'In overeenstemming met artikel 4:82 Burgelijk wetboek bepaal ik dat het legaat en de legitieme vordering van mijn legataris met de daarover verschuldigde rente ten laste van mijn levensgezel eerst opeisbaar zullen zijn bij zijn overlijden."


Dat gaat dus over twee verschillende vorderingen. Legaat en legitieme. De erflater heeft bepaald dat een en ander in lijn met art. 4:82 geldt. Aldus zal ik even naar dit artikel moeten kijken en wat ik hierover kan vinden (wellicht dat iemand anders ook van dienst kan zijn).

articsunny schreef:

Volgens mij staat onomstotelijk vast dat het geen voorwaardelijk legaat is omdat: ...

3. Artikel 4.82 slecht de opeisbaarheid voorwaardelijk maakt.


Moeten we dus even kijken wat de voorwaardelijkheid bij dit artikel inhoudt.
Bekijk profiel Stuur privé bericht
Martha



Leeftijd: 33
Geslacht: Vrouw
Sterrenbeeld: Stier
Studieomgeving (BA): UvA
Studieomgeving (MA): UvA
Berichten: 393


BerichtGeplaatst: vr 16 okt 2009 14:39    Onderwerp: Reageer met quote Naar onder Naar boven

Wat ik begrijp is art. 4:82 ten behoeve van de levensgezel, voor diens onderhoud. Daarmee is niet te verenigen dat de levensgezel dit geld, of de vruchten hieruit niet zou mogen gebruiken. Het lijkt mij dat uw standpunt, dat de levensgezel het geld apart moet houden tot hij sterft niet juist is.

Verder is de vraag wat voor levensgezel het is. Het artikel heeft enkel toepassing zo er sprake was van een huwelijk of een levensgezel waarmee de erflater een gemeenschappelijke huishouding voerde en een notarieel verleden samenlevingsovereenkomst is aangegaan.
Als hier geen sprake van is heeft art. 4:82 geen toepassing en kunt u uw deel dan dus meteen opeisen.
Bekijk profiel Stuur privé bericht
articsunny



Leeftijd: 113
Geslacht: Vrouw
Sterrenbeeld: Steenbok


Berichten: 42


BerichtGeplaatst: vr 16 okt 2009 17:25    Onderwerp: Reageer met quote Naar onder Naar boven

Martha schreef:
Wat ik begrijp is art. 4:82 ten behoeve van de levensgezel, voor diens onderhoud.


Beste Martha,
Ik begrijp niet waarom u de conclusie trekt dat de legaten aangewend zouden mogen worden t.b.v. het levensonderhoud van de levensgezel. Volgens vaste jurisprudentie is een beroep op een verzorgingsverplichting door de overblijvende partner na een relatief korte periode van samenwoning (in onderhavige situatie nog geen 2,5 jaar) niet zondermeer toewijsbaar. Daarnaast was het inkomen van de partner ruim 1,5x zo hoog als dat van de erflater gedurende de periode van samenwoning en bovendien, naar eigen zeggen van de erfgenaam, het vermogen ook vrijwel even groot. En tenslotte kan, voor zover er wel een verzorgingsbehoefte zou bestaan volgens normen van moraal en fatsoen, is hieraan ruim voldaan door dat deel van de nalatenschap dat overblijft nadat de schulden uit de nalatenschap, inclusief die van de legaten, zijn voldaan. In mijn optiek zal een beroep op de verzorgingsbehoefte daarom door de kantonrechter zeker niet worden toegewezen.

Quote:

Daarmee is niet te verenigen dat de levensgezel dit geld, of de vruchten hieruit niet zou mogen gebruiken. Het lijkt mij dat uw standpunt, dat de levensgezel het geld apart moet houden tot hij sterft niet juist is.


Bent u deze mening na bovenstaande toelichting nog steeds toegedaan ?
Overigens, over wie de vruchten van het legaat toekomt valt ook nog heel veel discussie te voeren. Hierbij verwijs ik naar ondermeer 128:4BW http://www.wetboek-online.nl/wet/BW4/124.html en de uitleg die Carel Asser geeft op pag 13 in zijn "handleiding tot de beoefening van het Nederlands burgerlijk recht":

http://books.google.nl/books?id=8icuULQBkKgC&pg=PA12&lpg=PA12&dq=Tenzij+de+erflater+anders+heeft+beschikt,+heeft+een+legataris+aan+wie+een+bepaald+goed+der+nalatenschap+of+het+vruchtgebruik+van+een+zodanig+goed,+van+de+gehele+nalatenschap+of+van+een+aandeel+daarin+is+vermaakt,+recht+op+uitkering+van+de+vruchten+van+het&source=bl&ots=Hzo5U108IE&sig=H2io27LtkQUzpE8GYKSYWaz9O-4&hl=nl&ei=uYKySquLNMvS-Qa8kYDvCQ&sa=X&oi=book_result&ct=result&resnum=8#v=onepage&q=Tenzij%20de%20erflater%20anders%20heeft%20beschikt%2C%20heeft%20een%20legataris%20aan%20wie%20een%20bepaald%20goed%20der%20nalatenschap%20of%20het%20vruchtgebruik%20van%20een%20zodanig%20goed%2C%20van%20de%20gehele%20nalatenschap%20of%20van%20een%20aandeel%20daarin%20is%20vermaakt%2C%20recht%20op%20uitkering%20van%20de%20vruchten%20van%20het&f=false

Quote:

Verder is de vraag wat voor levensgezel het is. Het artikel heeft enkel toepassing zo er sprake was van een huwelijk of een levensgezel waarmee de erflater een gemeenschappelijke huishouding voerde en een notarieel verleden samenlevingsovereenkomst is aangegaan.
Als hier geen sprake van is heeft art. 4:82 geen toepassing en kunt u uw deel dan dus meteen opeisen.


Er is sprake van een geldige notariële samenlevingsovereenkomst.


Laatst aangepast door articsunny op vr 16 okt 2009 20:22, in totaal 1 keer bewerkt
Bekijk profiel Stuur privé bericht
Martha



Leeftijd: 33
Geslacht: Vrouw
Sterrenbeeld: Stier
Studieomgeving (BA): UvA
Studieomgeving (MA): UvA
Berichten: 393


BerichtGeplaatst: vr 16 okt 2009 19:26    Onderwerp: Reageer met quote Naar onder Naar boven

articsunny schreef:
Beste Martha,
Ik begrijp niet waarom u de conclusie trekt dat de legaten aangewend zouden mogen worden t.b.v. het levensonderhoud van de levensgezel. Volgens vaste jurisprudentie in een beroep op een verzorgingsverplichting door de overblijvende partner na een relatief korte periode van samenwoning (in onderhavige situatie nog geen 2,5 jaar) niet zondermeer toewijsbaar. Daarnaast was het inkomen van de partner ruim 1,5x zo hoog als dat van de erflater. En tenslotte kan, voor zover er wel een verzorgingsbehoefte zou bestaan volgens normen van moraal en fatsoen, door de erfgenaam geput worden uit dat deel van de nalatenschap dat overblijft nadat de schulden uit de nalatenschap zijn voldaan. In mijn optiek zal een beroep op de verzorgingsbehoefte daarom door de kantonrechter zeker niet worden toegewezen.


Volgens mij moet u verschil maken tussen de situatie waarin de erflater zijn/haar levenspartner niet of onvoldoende heeft bedacht en de situatie (die bij u aan de hand is) waarin de erflater diens partner als enige erfgenaam heeft nagelaten. In uw situatie heeft de erflater reeds aan zijn verzorgingsplicht (voorzover die er was) voldaan, door diens partner als enige erfgenaam achter te laten. Deze partner hoeft dus geen aanspraak te maken op enig verzorgingsvruchtgebruik en er is ook geen kantonrechter die dan enig verzorgingsvruchtgebruik kan inkorten.

Wat ik bedoelde tot uitdrukking te brengen is dat aangezien art. 4:82 bedoeld is om (zo de erflater dit wil) de overgebleven partner te verzorgen, het niet kan zijn dat de overgebleven partner deze legaten of deze legitieme portie niet zou mogen aanroeren. Uw standpunt dat de erfgenaam dit gedeelte van de erfenis onaangeroerd moet laten en voor u moet reserveren kan (zo mij schijnt) dan niet kloppen.

articsunny schreef:

Bent u deze mening na bovenstaande toelichting nog steeds toegedaan ?
Overigens, over wie de vruchten van het legaat toekomt valt ook nog heel veel discusie te voeren. Hierbij verwijs ik naar ondermeer 128:4BW http://www.wetboek-online.nl/wet/BW4/124.html en de uitleg die Carel Asser geeft op pag 13 in zijn "handleiding tot de beoefening van het Nederlands burgerlijk recht":

http://books.google.nl/books?id=8icuULQBkKgC&pg=PA12&lpg=PA12&dq=Tenzij+de+erflater+anders+heeft+beschikt,+heeft+een+legataris+aan+wie+een+bepaald+goed+der+nalatenschap+of+het+vruchtgebruik+van+een+zodanig+goed,+van+de+gehele+nalatenschap+of+van+een+aandeel+daarin+is+vermaakt,+recht+op+uitkering+van+de+vruchten+van+het&source=bl&ots=Hzo5U108IE&sig=H2io27LtkQUzpE8GYKSYWaz9O-4&hl=nl&ei=uYKySquLNMvS-Qa8kYDvCQ&sa=X&oi=book_result&ct=result&resnum=8#v=onepage&q=Tenzij%20de%20erflater%20anders%20heeft%20beschikt%2C%20heeft%20een%20legataris%20aan%20wie%20een%20bepaald%20goed%20der%20nalatenschap%20of%20het%20vruchtgebruik%20van%20een%20zodanig%20goed%2C%20van%20de%20gehele%20nalatenschap%20of%20van%20een%20aandeel%20daarin%20is%20vermaakt%2C%20recht%20op%20uitkering%20van%20de%20vruchten%20van%20het&f=false


Volgens mij staat daar zoiets als "tenzij de erflater anders heeft beschikt" en "nadat zijn vordering opeisbaar is geworden". Het schijnt mij dat in uw geval de erflater anders heeft beschikt en dat de vordering (bovendien) nog niet opeisbaar is geworden.


articsunny schreef:

Er is sprake van een geldige notariële samenlevingsovereenkomst.


Dan is alleen nog van belang of ze een gezamelijke huishouding voerden. Als dat niet zo is kunt u ook uw deel nu meteen opeisen.

Voor het overige: ik ben geen specialist en ik word hier niet voor betaald. Als u echt professionele hulp wilt dan zou ik in uw geval die ook even opzoeken. Veel advocatenkantoren hebben een gratis eerste consult. Daar kijken ze naar uw zaak en of er mogelijkheden zijn er iets aan te doen. Ik begrijp uw frustratie, maar ik zie zelf geen mogelijkheden voor u om iets aan deze situatie te doen. Het lijkt mij overigens onwaarschijnlijk dat de persoon in kwestie bij diens overlijden helemaal niks achterlaat (dan zou die wel erg riskant moeten leven) dus schijnt mij dat er heus wel wat voor u over blijft).
Bekijk profiel Stuur privé bericht
articsunny



Leeftijd: 113
Geslacht: Vrouw
Sterrenbeeld: Steenbok


Berichten: 42


BerichtGeplaatst: vr 16 okt 2009 23:20    Onderwerp: Reageer met quote Naar onder Naar boven

Quote:
Volgens mij moet u verschil maken tussen de situatie waarin de erflater zijn/haar levenspartner niet of onvoldoende heeft bedacht en de situatie (die bij u aan de hand is) waarin de erflater diens partner als enige erfgenaam heeft nagelaten. In uw situatie heeft de erflater reeds aan zijn verzorgingsplicht (voorzover die er was) voldaan, door diens partner als enige erfgenaam achter te laten. Deze partner hoeft dus geen aanspraak te maken op enig verzorgingsvruchtgebruik en er is ook geen kantonrechter die dan enig verzorgingsvruchtgebruik kan inkorten.


Ik ben blij met dit nieuwe inzicht want zo had ik het dus nog niet bekeken. De erflater was dus kennelijk de mening toegedaan dat de helft van de nalatenschap voldoende moest zijn om de erfgenaam een onbezorgde oude dag te bezorgen. Anders had die immers geen legaat toegekend. Wat echter ten tijde van de opmaak van het testament meespeelde , was dat het grootste deel van erflaters vermogen op dat moment vast zat in onroerend goed. Dan moeten er dus extra maatregelen worden genomen om te voorkomen dat er overhaast dient te worden verkocht. Ten tijde van het overlijden was de situatie echter drastisch gewijzigd waardoor de nalatenschap vrijwel volledig liquide is en een dergelijke beschermconstructie van niet-opeisbaarheid geen enkel doel meer dient. Sterker nog, berekeningen wijzen uit dat het de erfgenaam zelfs vele duizenden euro's extra per jaar kost om het oplopend verschil tussen ontvangen rendementen en te betalen rente goed te maken om zodoende aan de verplichtingen richting de legataris te kunnen blijven voldoen.

Daarnaast komen de ontvangen vruchten van de legaten over laatste 3 jaren voor het overlijden van de erfgenaam toe aan de legatarissen conform artikel 4:124BW waardoor enig rendement ook op largere termijn voor de erfgenaam geheel uitgesloten is.

De feitelijke situatie is dus dat het volstrekt nutteloos voor de erfgenaam is om de legaten onder zich te houden. Gelijktijdig is het een groot financieel nadeel voor de legataris als het legaat niet wordt uitbetaald omdat de hoofdsom van het legaat wordt ingekort met de jaarlijks te betalen vermogensrendementheffing. Mijn inziens zou een verzoek voor opheffing van de niet-opeisbaarheidsclausule in deze situatie daarom zeker kans van slagen hebben.

Quote:

Wat ik bedoelde tot uitdrukking te brengen is dat aangezien art. 4:82 bedoeld is om (zo de erflater dit wil) de overgebleven partner te verzorgen, het niet kan zijn dat de overgebleven partner deze legaten of deze legitieme portie niet zou mogen aanroeren. Uw standpunt dat de erfgenaam dit gedeelte van de erfenis onaangeroerd moet laten en voor u moet reserveren kan (zo mij schijnt) dan niet kloppen.


Nogmaals, er wordt nergens in het testament gerefereerd aan een verzorgingsverplichting en/of een natuurlijke verbintenis. Dit kan dus ook niet de reden voor de niet-opeisbaarheid van het legaat zijn. Zie ook LJN: BA6269, Hoge Raad

http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx?snelzoeken=true&searchtype=kenmerken&vrije_tekst=BA6269

[quote="articsunny"]
Bent u deze mening na bovenstaande toelichting nog steeds toegedaan ?
Overigens, over wie de vruchten van het legaat toekomt valt ook nog heel veel discusie te voeren. Hierbij verwijs ik naar ondermeer 128:4BW http://www.wetboek-online.nl/wet/BW4/124.html en de uitleg die Carel Asser geeft op pag 13 in zijn "handleiding tot de beoefening van het Nederlands burgerlijk recht":

Quote:

Volgens mij staat daar zoiets als "tenzij de erflater anders heeft beschikt" en ". nadat zijn vordering opeisbaar is geworden". Het schijnt mij dat in uw geval de erflater anders heeft beschikt en dat de vordering (bovendien) nog niet opeisbaar is geworden.


Mijn inziens had de erflater per testament moeten beschikken dat alle vruchten van de legaten aan de erfgenaam toekomen. Nu dat niet is gebeurd kan de legataris de vruchten van het legaat over de laatste 3 jaren voordat het legaat opeisbaar werd, opeisen op het moment dat ook de legaten opeisbaar zijn (dus op moment van overlijden van de erfgenaam).


Quote:

Voor het overige: ik ben geen specialist en ik word hier niet voor betaald.


Ik begrijp uw standpunt.
De zaak ligt al enige tijd bij een erfrecht advocaat maar daar loop ik vast op het feit dat deze te weinig kennis m.b.t het verbintenissenrecht heeft. Vandaar dat ik mijn stelling hier wilde toetsen dat op een onvoorwaardelijk legaat het verbintenissen recht van toepassing is. Ondanks dat ik daar nog steeds geen antwoord op heb gekregen, dank ik u toch voor uw inzet omdat het mijn blik nog verder heeft verruimd.
Bekijk profiel Stuur privé bericht
Martha



Leeftijd: 33
Geslacht: Vrouw
Sterrenbeeld: Stier
Studieomgeving (BA): UvA
Studieomgeving (MA): UvA
Berichten: 393


BerichtGeplaatst: za 17 okt 2009 15:15    Onderwerp: Reageer met quote Naar onder Naar boven

articsunny schreef:

Ik ben blij met dit nieuwe inzicht want zo had ik het dus nog niet bekeken. De erflater was dus kennelijk de mening toegedaan dat de helft van de nalatenschap voldoende moest zijn om de erfgenaam een onbezorgde oude dag te bezorgen. Anders had die immers geen legaat toegekend. Wat echter ten tijde van de opmaak van het testament meespeelde , was dat het grootste deel van erflaters vermogen op dat moment vast zat in onroerend goed. Dan moeten er dus extra maatregelen worden genomen om te voorkomen dat er overhaast dient te worden verkocht.


Waarom zou er overhaast moeten worden verkocht? Je kunt toch over de overwaarde een hypotheek afsluiten.

articsunny schreef:

Ten tijde van het overlijden was de situatie echter drastisch gewijzigd waardoor de nalatenschap vrijwel volledig liquide is en een dergelijke beschermconstructie van niet-opeisbaarheid geen enkel doel meer dient. Sterker nog, berekeningen wijzen uit dat het de erfgenaam zelfs vele duizenden euro's extra per jaar kost om het oplopend verschil tussen ontvangen rendementen en te betalen rente goed te maken om zodoende aan de verplichtingen richting de legataris te kunnen blijven voldoen.


Dat is dus als men uitgaat van uw uitleg dat de erfgenaam ervoor moét zorg dragen dat het genoemde bedrag bij zijn overlijden ter beschikking staat en dit inhoudt dat hij dit gedeelte van de erfenis onaangeroerd moét laten. Deze uitleg laat zich echter niet rijmen met het feit dat art. 4:82 is gedacht voor de verzorging van de langstlevende. Als deze het legitieme deel (of de vruchten daaruit) niet mag aanroeren is onklaar hoe dit ter zijner verzorging kan strekken.

articsunny schreef:

Daarnaast komen de ontvangen vruchten van de legaten over laatste 3 jaren voor het overlijden van de erfgenaam toe aan de legatarissen conform artikel 4:124BW waardoor enig rendement ook op largere termijn voor de erfgenaam geheel uitgesloten is.


De vruchten die de erfgenaam heeft geind nadat de vordering opeisbaar is geworden. Dat staat toch in het artikel? Pas ná overlijden van de erfgenaam is de vordering opeisbaar in uw geval. Verder heeft de erflater in uw geval anders bepaald, namelijk dat de vordering jaarlijk toeneemt met een bepaald rentepercentage.

articsunny schreef:

De feitelijke situatie is dus dat het volstrekt nutteloos voor de erfgenaam is om de legaten onder zich te houden. Gelijktijdig is het een groot financieel nadeel voor de legataris als het legaat niet wordt uitbetaald omdat de hoofdsom van het legaat wordt ingekort met de jaarlijks te betalen vermogensrendementheffing. Mijn inziens zou een verzoek voor opheffing van de niet-opeisbaarheidsclausule in deze situatie daarom zeker kans van slagen hebben.


Dat weet ik niet. In de door u tot nu toe aangehaalde artikelen kan ik geen grond ontdekken waarop de rechter zou kunnen bepalen dat (in strijd met het testament) het legaat en de legitieme portie onmiddelijk opeisbaar zouden zijn.

articsunny schreef:

Nogmaals, er wordt nergens in het testament gerefereerd aan een verzorgingsverplichting en/of een natuurlijke verbintenis. Dit kan dus ook niet de reden voor de niet-opeisbaarheid van het legaat zijn. Zie ook LJN: BA6269, Hoge Raad

http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx?snelzoeken=true&searchtype=kenmerken&vrije_tekst=BA6269


In het testament niet, maar bij de uitleg bij art. 4:82 wordt wel uitgelegd dat dit ertoe strekt te voldoen aan een mogelijke verzorgingsbehoefte van de langstlevende, zo de erflater dat wil. De jurisprudentie waar u naar verwijst ziet op een casus waarbij het oude recht toepassing had en waarbij de kinderen de erfgenamen waren en de overlevende partner niet.

articsunny schreef:

Mijn inziens had de erflater per testament moeten beschikken dat alle vruchten van de legaten aan de erfgenaam toekomen. Nu dat niet is gebeurd kan de legataris de vruchten van het legaat over de laatste 3 jaren voordat het legaat opeisbaar werd, opeisen op het moment dat ook de legaten opeisbaar zijn (dus op moment van overlijden van de erfgenaam).


Ik geloof dat u het artikel verkeerd leest. Art. 4:124 bepaalt dat de legataris recht heeft op die vruchten die de erfgenaam heeft geind nádat de vordering opeisbaar is geworden. Bij wet heeft u dus slechts recht op de vruchten die zijn ´afgeworpen´ nadat de erfgenaam is overleden. Echter de erflater heeft in uw geval anders bepaald, namelijk dat de vordering jaarlijks toeneemt met een bepaald rentepercentage. Aldus heeft de erflater (anders dan de wet) bepaald dat u over de gehele periode ná zijn overlijden (als het ware) vruchten toekomen van het gelegateerde.
Doch één en ander moet wél worden begrepen in de zin van art. 4:82, welk artikel ertoe strekt dat de vordering pas ná overlijden van de partner opeisbaar wordt opdat deze partner dit gedeelte der erfenis ter zijner onderhoud kan aanwenden.

articsunny schreef:

Ik begrijp uw standpunt.
De zaak ligt al enige tijd bij een erfrecht advocaat maar daar loop ik vast op het feit dat deze te weinig kennis m.b.t het verbintenissenrecht heeft. Vandaar dat ik mijn stelling hier wilde toetsen dat op een onvoorwaardelijk legaat het verbintenissen recht van toepassing is. Ondanks dat ik daar nog steeds geen antwoord op heb gekregen, dank ik u toch voor uw inzet omdat het mijn blik nog verder heeft verruimd.


Het schijnt mij in de eerste plaats een puur erfrechtelijke kwestie. De vraag is of de langstlevende echtgenoot (ter wier gunste de erflater de opeisbaarheid van de legitieme portie (en een legaat) krachtens art. 4:82 pas ná het overlijden der langstlevende heeft uitgesteld) de plicht heeft dit gedeelte der erfenis onder zich te houden opdat bij diens overlijden er voldoende vermogen daar is om het legaat en de legitieme portie uit te keren.
Pas als het antwoord op deze vraag já is komen we bij het verbintenisrechtelijke deel. Want pas dan is bevestigt dat op de erfgenaam een plicht rust dit gedeelte der erfenis onaangeroerd te laten.
Bekijk profiel Stuur privé bericht
bona fides




Geslacht: Man

Studieomgeving (BA): UL
Studieomgeving (MA): UL
Berichten: 21336


BerichtGeplaatst: za 17 okt 2009 17:24    Onderwerp: Reageer met quote Naar onder Naar boven

articsunny schreef:
De feitelijke situatie is dus dat het volstrekt nutteloos voor de erfgenaam is om de legaten onder zich te houden. Gelijktijdig is het een groot financieel nadeel voor de legataris als het legaat niet wordt uitbetaald omdat de hoofdsom van het legaat wordt ingekort met de jaarlijks te betalen vermogensrendementheffing. Mijn inziens zou een verzoek voor opheffing van de niet-opeisbaarheidsclausule in deze situatie daarom zeker kans van slagen hebben.

Ik denk niet dat zo'n verzoek kans maakt.

In ieder geval heeft de legataris hier niets aan art. 6:83 BW, want voor een beroep op dat artikel moet de vordering opeisbaar zijn, zie art. 6:81 BW.

De legataris heeft mogelijk wel art. 6:80 BW:
art. 6:80 lid 1 BW schreef:
De gevolgen van niet-nakoming treden reeds in voordat de vordering opeisbaar is:
a. indien vaststaat dat nakoming zonder tekortkoming onmogelijk zal zijn;
b. indien de schuldeiser uit een mededeling van de schuldenaar moet afleiden dat deze in de nakoming zal tekortschieten; of
c. indien de schuldeiser goede gronden heeft te vrezen dat de schuldenaar in de nakoming zal tekortschieten en deze niet voldoet aan een schriftelijke aanmaning met opgave van die gronden om zich binnen een bij die aanmaning gestelde redelijke termijn bereid te verklaren zijn verplichtingen na te komen.

Ik kan me echter voorstellen dat de erfrechtelijke achtergrond van de schuld hier een rol speelt. Of dat zo is weet ik niet.

Als we aannemen dat het erfrecht geen rol meer speelt, dan is het de vraag of aan a., b. of c. is voldaan. Voor a. moet het naar menselijke berekening vaststaan dat nakoming onmogelik zal zijn. Bij een geldschuld lijkt me dit heel moeilijk om aan te tonen. Van b. is geen sprake, neem ik aan. Blijft over c.

De redenering van de legataris, voor zover ik die begrijp, is dat uit de eigen berekeningen van de legataris naar de mening van de legataris volgt dat het beter is voor de erfgenaam om direct uit te keren. Uit de weigering van de erfgenaam dit te doen, leidt de legataris af dat de erfgenaam niet van plan is om bij haar of zijn overlijden voldoende na te laten om de schuld aan de legataris uit te voldoen.

Voor mijn gevoel is dit geen "goede grond", maar meer een "ik weet beter dan jij wat goed voor je is"-redenering die in strijd is met de eigen autonomie van de erfgenaam. Maar zelfs als dit wel een goede grond zou opleveren, is het waarschijnlijk voldoende voor de erfgenaam als deze zich na hiertoe te zijn aangemaand bereid verklaard om te zijner tijd na te komen. Over de vraag of de schuldenaar zich hierbij moet uitlaten over de opgegeven gronden lijken de meningen verdeeld te zijn:
Quote:
Inmiddels zijn er auteurs die menen dat de redelijkheid en billijkheid kunnen meebrengen dat de schuldenaar wel dient in te gaan op de door de schuldeiser aan zijn vrees ten grondslag gelegde argumenten, bij gebreke waaraan de schuldeiser op de niet-nakoming vooruit kan lopen; zie Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-I*, nr. 411 onder c; G.T. de Jong, in: Verbintenissenrecht algemeen, nr. 221, en De Jong (Mon. BW B33), nr. 41. Anders G.J.P. de Vries, Recht op nakoming en op schadevergoeding en ontbinding wegens tekortkoming, p. 116.

Mocht een beroep op art. 6:80 BW slagen, dan wordt daarmee de verbintenis niet opeisbaar, maar kan deze wel worden omgezet in een direct opeisbare verbintenis tot vervangende schadevergoeding (art. 6:87 BW).

edit: gelet op art. 4:87 lid 5 (en 6) BW vermoed ik dat je dit inderdaad puur verbintenisrechtelijk moet bekijken.
_________________
Hanc marginis exiguitas non caperet.
Bekijk profiel Stuur privé bericht
articsunny



Leeftijd: 113
Geslacht: Vrouw
Sterrenbeeld: Steenbok


Berichten: 42


BerichtGeplaatst: zo 18 okt 2009 21:03    Onderwerp: Reageer met quote Naar onder Naar boven

Quote:

Waarom zou er overhaast moeten worden verkocht? Je kunt toch over de overwaarde een hypotheek afsluiten.


Ik realiseer mij dat het lastig is voor een buitenstaander om de onderhavige situatie in zijn geheel te beoordelen. De legitimaris/legataris heeft echter recht op inzage in alle relevante stukken. Doordat de erflater en erfgenaam een fiscale eenheid vormden en de periode van samenwoning maar kort heeft geduurd, heeft de legataris via o.a. de belastingaangiften een volledig beeld van de financiële situatie van de erflater en erfgenaam gekregen. Omdat de privacy-regels in acht dienen te worden genomen, gaat het echter te ver om het hele dossier op internet zetten.

Als alles volgens plan was verlopen en erflater niet vrij kort na aanvang van de samenwoning ernstig ziek was geworden, dan was het de bedoeling geweest dat de erflater de openstaande hypotheek van de partner zou inlossen met de opbrengst uit de verkoop van de eigen woning.
In die situatie was er een heel goede reden om de legitieme portie en de legaten niet opeisbaar te maken zodat de erfgenaam niet gedwongen zou zijn om het huis te verkopen ter voldoening van de schuld aan de legataris. In het samenlevingscontract waren hiervoor reeds een aantal speciale artikelen opgenomen. Mede-eigenaar worden was voor de erflater geen optie gezien de bijkomende kosten (overdrachtsbelasting, notaris, etc.). Door de ziekte van de erflater en omdat de erfgenaam, die reeds op leeftijd is en enkel een aow-uitkering heeft en er geen enkel belang bij had , blijkt dit plan na tekening van het testament nooit te zijn uitgevoerd en staat de opbrengst van de woning van de erflater volledig liquide op een bankrekening.

Quote:

Dat is dus als men uitgaat van uw uitleg dat de erfgenaam ervoor moét zorg dragen dat het genoemde bedrag bij zijn overlijden ter beschikking staat en dit inhoudt dat hij dit gedeelte van de erfenis onaangeroerd moét laten.


In een situatie van een wettelijke verdeling (die hier niet aan de orde is) hoeft de langslevende geen enkele verantwoording aan de legitimarissen af te leggen. Maar een legaat is een schuld van de nalatenschap en als zodanig een eenzijdige verbintenis tussen erfgenaam die de nalatenschap zuiver heeft aanvaard en de legataris. De erfgenaam had er immers ook voor kunnen kiezen benificair te aanvaarden waardoor het legaat eerst was uitbetaald voordat de erfgenaam het saldo van de nalatenschap zou ontvangen. Bovendien is de erfgenaam volgens de wet met zijn gehele vermogen aansprakelijk voor de schuld aan de legataris. Daarom ben ik er van overtuigd dat het verbintenissenrecht van toepassing is en dus heeft de erfgenaam wel degelijk verantwoording aan de legataris af te leggen.

Wat in deze ook nog een belangrijke opeisbaarheisclausule in het testament is:
"Het legaat met verhoging of rente is verder opeisbaar als mijn levensgezel de verplichting tot voldoening van de schulden van de nalatenschap niet nakomt;"

Een legaat IS een schuld van de nalatenschap. Als dan een erfgenaam/schuldenaar bij diverse gelegenheden en in diverse bewoordingen zegt en schrijft op het legaat in te teren (en dus insolvent te worden) heeft de legataris volgens mij een zaak.

Saillant detail is dat uit het woord "verhoging" blijkt dat er behalve de door de erfgenaam te betalen rente, het legaat ook uit andere bronnen kan worden verhoogd. Dit zijn de vruchten waaraan ik refereerde.

Quote:

Deze uitleg laat zich echter niet rijmen met het feit dat art. 4:82 is gedacht voor de verzorging van de langstlevende.


Maar het inroepen van 4:82 bepaald niet dat de erflater een verzorgingsplicht heeft. Maar wellicht kent u jurisprudentie waaruit de erfgenaam wel deze verzorgingsplicht kan inroepen op basis van toepassing van artikel 4:82 in een testament bij een situatie van een kortdurend samenwoningsverband ?

Quote:

Als deze het legitieme deel (of de vruchten daaruit) niet mag aanroeren is onklaar hoe dit ter zijner verzorging kan strekken.


Precies! Het verzorgingsprincipe is hier gewoonweg niet aan de orde. Indien het vermogen van de erflaatster in het huis had vastgezeten, dan had de erfgenaam hier tot aan zijn dood in kunnen verblijven zonder gedwongen te kunnen worden tot verkoop. De schuld van de erfgenaam aan de legataris wordt jaarlijks wel met de wettelijke rente verhoogd maar daar staat het huis als zekerheid tegenover.

Quote:

De vruchten die de erfgenaam heeft geind nadat de vordering opeisbaar is geworden. Dat staat toch in het artikel? Pas ná overlijden van de erfgenaam is de vordering opeisbaar in uw geval. Verder heeft de erflater in uw geval anders bepaald, namelijk dat de vordering jaarlijk toeneemt met een bepaald rentepercentage.


Maar de verjaring van 3 jaar waar het in dit artikel over gaat betreft het moment van inning. De legataris heeft dus na het opeisbaar worden van de vordering het recht om tot 3 jaar voor datum opeisbaarheid de vruchten op te eisen. Zie lid 2 in deze link:

http://books.google.nl/books?id=vKr0uqVaOmIC&pg=PA1922&dq=%2Bvruchten+%2Blegaat&ei=raK3Sui2LJW-zATylbjsDg#v=onepage&q=%2Bvruchten%20%2Blegaat&f=false

Quote:

Dat weet ik niet. In de door u tot nu toe aangehaalde artikelen kan ik geen grond ontdekken waarop de rechter zou kunnen bepalen dat (in strijd met het testament) het legaat en de legitieme portie onmiddelijk opeisbaar zouden zijn.


Denk bijvoorbeeld ook aan 88:6 BW lid 2 en 3 (vrees voor niet nakoming door de schuldenaar)

Als de verzorgingsbehoefte is uitgesloten of althans door het per testament aanwijzen van de partner als enig erfgenaam wordt afgedekt, kan bijvoorbeeld op basis van artikel 4:123BW (toch weer erfrecht) aan de kantonrechter worden verzocht om de niet-opeisbaarheid te schrappen met als argumenten "vrees voor verduistering" en dat de contante waarde (vruchten minus te betalen wettelijke rente en uit te betalen vruchten laatste 3 jaar) voor de erfgenaam zeer negatief uitvalt. (Berekening is door een accountant geverifieerd).

articsunny schreef:

Nogmaals, er wordt nergens in het testament gerefereerd aan een verzorgingsverplichting en/of een natuurlijke verbintenis.
...

In het testament niet, maar bij de uitleg bij art. 4:82 wordt wel uitgelegd dat dit ertoe strekt te voldoen aan een mogelijke verzorgingsbehoefte van de langstlevende, zo de erflater dat wil.


Is in uw optiek een verzorgingsverplichting door de erflater aanvaard door een enkele referentie naar artikel 4:82 ? Dit artikel is immers voor meerdere uitleg vatbaar.

Quote:

De jurisprudentie waar u naar verwijst ziet op een casus waarbij het oude recht toepassing had en waarbij de kinderen de erfgenamen waren en de overlevende partner niet.


Ik haalde deze uitspraak aan omdat daar door de rechtbank een uitspraak wordt gedaan over of de kort samenwonende partner aanspraak op een verzorgingsbehoefte kon doen wegens een natuurlijke verbintenis. (zie punt 6 in LJN:BA6269.

Quote:

Ik geloof dat u het artikel verkeerd leest. Art. 4:124 bepaalt dat de legataris recht heeft op die vruchten die de erfgenaam heeft geind nádat de vordering opeisbaar is geworden. Bij wet heeft u dus slechts recht op de vruchten die zijn ´afgeworpen´ nadat de erfgenaam is overleden.


Zie hierover mijn eerdere opmerkingen.

Quote:

Echter de erflater heeft in uw geval anders bepaald, namelijk dat de vordering jaarlijks toeneemt met een bepaald rentepercentage. Aldus heeft de erflater (anders dan de wet) bepaald dat u over de gehele periode ná zijn overlijden (als het ware) vruchten toekomen van het gelegateerde.
Doch één en ander moet wél worden begrepen in de zin van art. 4:82, welk artikel ertoe strekt dat de vordering pas ná overlijden van de partner opeisbaar wordt opdat deze partner dit gedeelte der erfenis ter zijner onderhoud kan aanwenden.


Ik ben er inmiddels achter dat juristen echte taalpuristen zijn. Daarom had door de erflater via het testament artikel 4:124 buiten werking moeten worden gesteld. Omdat dit niet nu gebeurt is, is de oprenting slechts een extra testamentaire bepaling.

Quote:

Het schijnt mij in de eerste plaats een puur erfrechtelijke kwestie. De vraag is of de langstlevende echtgenoot (ter wier gunste de erflater de opeisbaarheid van de legitieme portie (en een legaat) krachtens art. 4:82 pas ná het overlijden der langstlevende heeft uitgesteld) de plicht heeft dit gedeelte der erfenis onder zich te houden opdat bij diens overlijden er voldoende vermogen daar is om het legaat en de legitieme portie uit te keren.
Pas als het antwoord op deze vraag já is komen we bij het verbintenisrechtelijke deel. Want pas dan is bevestigt dat op de erfgenaam een plicht rust dit gedeelte der erfenis onaangeroerd te laten.


Ik ben de mening dat die bewaarplicht, althans het solvabel blijven, een plicht van de erfgenaam belast met het legaat is o.b.v het verbintenissenrecht. Door de reactie van Bona Fides wordt ik daarin nog extra gesterkt. Door uw kritische houding is mijn argumentatie nog beter geworden (vind ik zelf). Waarvoor nogmaals mijn dank.
Bekijk profiel Stuur privé bericht
bona fides




Geslacht: Man

Studieomgeving (BA): UL
Studieomgeving (MA): UL
Berichten: 21336


BerichtGeplaatst: zo 18 okt 2009 23:23    Onderwerp: Reageer met quote Naar onder Naar boven

articsunny schreef:
Ik ben de mening dat die bewaarplicht, althans het solvabel blijven, een plicht van de erfgenaam belast met het legaat is o.b.v het verbintenissenrecht. Door de reactie van Bona Fides wordt ik daarin nog extra gesterkt.

Dan ben ik bang dat je mijn reactie niet met voldoende objectiviteit leest. De kans dat de legataris vóór het overlijden daadwerkelijk iets voor elkaar kan krijgen lijkt me zeer klein. Het gaat de schuldeiser van een niet-opeisbare geldschuld in principe niets aan hoe de schuldenaar zijn zaken regelt.
_________________
Hanc marginis exiguitas non caperet.
Bekijk profiel Stuur privé bericht
Berichten van afgelopen:   
Plaats nieuw bericht   Plaats reactie Pagina 1 van 2 Ga naar pagina 1, 2  Volgende

Tijden zijn in GMT + 2 uur


Wie zijn er online?
Leden op dit forum: Geen

U mag geen nieuwe onderwerpen plaatsen
U mag geen reacties plaatsen
U mag uw berichten niet bewerken
U mag uw berichten niet verwijderen
U mag niet stemmen in polls

Ga naar:  



Home | Over Rechtenforum.nl | Agenda | Visie | Downloads | Links | Mail deze site | Contact

Sites: Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | Juridischeagenda.nl | Juridica.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl

© 2003 - 2009 Rechtenforum.nl | Gebruiksvoorwaarden | Privacyverklaring | RSS feeds