Gebruikersnaam:   Wachtwoord:   Gratis Registreren | Wachtwoord vergeten?
Rechtenforum.nl
Rechtenforum.nl Rechtenforum.nl
 
Controle paneel
Registreren Registreren
Agenda Agenda
Help Help
Zoeken Zoeken
Inloggen Inloggen

Partners
Energie vergelijken
Internet vergelijken
Hypotheek berekenen

Rechtsbronnen
Rechtspraak
Kamervragen
Kamerstukken
AMvBs
Beleidsregels
Circulaires
Koninklijke Besluiten
Ministeriële Regelingen
Regelingen PBO/OLBB
Regelingen ZBO
Reglementen van Orde
Rijkskoninklijke Besl.
Rijkswetten
Verdragen
Wetten Overzicht

Wettenbundel
Awb - Algm. w. best...
AWR - Algm. w. inz...
BW Boek 1 - Burg...
BW Boek 2 - Burg...
BW Boek 3 - Burg...
BW Boek 4 - Burg...
BW Boek 5 - Burg...
BW Boek 6 - Burg...
BW Boek 7 - Burg...
BW Boek 7a - Burg...
BW Boek 8 - Burg...
FW - Faillissement...
Gemw - Gemeente...
GW - Grondwet
KW - Kieswet
PW - Provinciewet
WW - Werkloosheid...
Wbp - Wet bescherm...
IB - Wet inkomstbel...
WAO - Wet op de arb..
WWB - W. werk & bij...
RV - W. v. Burgerlijk...
Sr - W. v. Strafrecht
Sv - W. v. Strafvor...

Visie
Werkgevers toch ...
Waarderingsperik...
Het verschonings...
Indirect discrim...
Een recht op ide...
» Visie insturen

Rechtennieuws.nl
Loods mag worden...
KPN bereikt akko...
Van der Steur wi...
AKD adviseert de...
Kneppelhout beno...
» Nieuws melden

Snellinks
EUR
OUNL
RuG
RUN
UL
UM
UU
UvA
UvT
VU
Meer links

Rechtenforum
Over Rechtenforum
Maak favoriet
Maak startpagina
Mail deze site
Link naar ons
Colofon
Meedoen
Feedback
Contact

Recente topics
Eigendom en te...
verkoop boot z...
Arbeidsbelemme...
Kennis over na...
Huisvredebreuk...

Carrière
Boekel De Nerée
CMS DSB

Content Syndication


 
Het is nu za 18 nov 2017 16:14
Bekijk onbeantwoorde berichten

Tijden zijn in GMT + 2 uur

Kennelijk niet-ontvankelijk
Moderators: Michèle, Moderator Team

 
Plaats nieuw bericht   Plaats reactie Pagina 1 van 2 Ga naar pagina 1, 2  Volgende
Printvriendelijk | E-mail vriend(in) Vorige onderwerp | Volgende onderwerp  
Auteur Bericht
Zwarte Tulp



Leeftijd: 59
Geslacht: Man
Sterrenbeeld: Stier


Berichten: 10


BerichtGeplaatst: do 09 feb 2017 20:14    Onderwerp: Kennelijk niet-ontvankelijk Reageer met quote Naar onder Naar boven

Ik ben in beroep gegaan voor een vriend tegen een uitspraak op bezwaar. De rechtbank heeft uitspraak zonder zitting gedaan en tot kennelijk niet-ontvankelijk besloten omdat ik niet tijdig een machtiging zou hebben ingestuurd. Dat ding is ergens blijven hangen tussen rechtspraak.nl en de rechtbank, maar ze zijn te beroerd geweest om even contact met me op te nemen.

Boven de uitspraak staat 'Uitspraak buiten zitting'. Dat is toch heel wat anders? Meen dat alle partijen dan toestemming moeten geven dat er zonder zitting uitspraak gedaan wordt.

De rechtbank baseert zich op art 6.6 awb. Maar ik zie niks staan over een machtiging. Als ik dat zo lees is dat helemaal geen formele vereiste. Bovendien staat het woord 'kennelijk' er ook niet in. En dat lijkt me logisch omdat de rechtbank alle vrijheid heeft om iets anders te besluiten dan niet-ontvankelijk.

Ben ik nu een beetje dom of heb ik met een rechter te maken die z'n wetjes niet kent?
Bekijk profiel Stuur privé bericht
Regin



Leeftijd: 30
Geslacht: Man
Sterrenbeeld: Leeuw
Studieomgeving (BA): UL
Studieomgeving (MA): UL
Berichten: 1042


BerichtGeplaatst: vr 10 feb 2017 9:56    Onderwerp: Reageer met quote Naar onder Naar boven

De bestuursrechter kan van een gemachtigde een schriftelijke machtiging vragen (art. 8:24 Awb). Daarnaast kan een beroep in beginsel alleen worden ingesteld door een belanghebbende (art. 8:1 Awb). Zonder schriftelijke machtiging treedt u niet op namens een belanghebbende, terwijl uit het beroepschrift waarschijnlijk zal blijken dat u zelf geen belanghebbende bent. Een beroep kan vervolgens niet-ontvankelijk worden verklaard, omdat niet voldaan is aan "enig ander bij de wet gesteld vereiste voor het in behandeling nemen van het bezwaar of beroep" (art. 6:6 Awb). U moet wel een termijn hebben gekregen waarbinnen u in de gelegenheid bent gesteld het verzuim te herstellen.

De bestuursrechter mag uitspraak doen voordat een zitting is geweest als hij van oordeel is dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is (art. 8:54 jo. 8:66 Awb). U kunt tegen de uitspraak in verzet, maar dat staat als het goed is ook in of bij de uitspraak uitgelegd (art. 8:55 Awb).

In beginsel kunt u ook alsnog binnen de termijn van zes weken beroep instellen met een schriftelijke machtiging, maar die termijn is mogelijk al verlopen.
Bekijk profiel Stuur privé bericht
RB_1969



Leeftijd: 48
Geslacht: Man
Sterrenbeeld: Kreeft
Studieomgeving (BA): LOI

Berichten: 174


BerichtGeplaatst: vr 10 feb 2017 12:51    Onderwerp: Reageer met quote Naar onder Naar boven

Als je de tijdige verzending van de volmacht aan kunt tonen, in verzet gaan.
Bekijk profiel Stuur privé bericht
Zwarte Tulp



Leeftijd: 59
Geslacht: Man
Sterrenbeeld: Stier


Berichten: 10


BerichtGeplaatst: vr 10 feb 2017 20:19    Onderwerp: Reageer met quote Naar onder Naar boven

Bedankt voor de reacties.

@RB_1969
Na het digitaal indienen van de stukken via rechtspraak.nl kun je de ingestuurde stukken voorzien van een datum-tijd stempel downloaden. Het waren er wel 13 en dat moet je stuk voor stuk doen en thank god heb ik dat ook gedaan. Ik ga dan ook in verzet.

@Regin
Het volgende is niet echt meer nodig, aangezien ik bewijs van insturen heb gevonden, maar ik neem het liefst zoveel mogelijk argumenten op in het verzetschrift. Je krijgt meestal maar 1 kans.

In Art 8:24 staat dat de bestuursrechter KAN vragen om de machtiging. Dus hij mag een verzoek doen, maar het moet niet. Dan kan het toch ook nooit een vereiste zijn om het bij insturen van het beroep al mee te sturen en kan art 6:6 niet gebruikt worden. Ik was op de datum van insturen gemachtigd. Er staat uiteraard een datum op de machtiging.

Art 6:6 . De bestuursrechter KAN besluiten tot niet-ontvankelijk. Hij mag het doen, maar het moet niet. De overtreding (niet insturen machtiging) leidt dus niet automatisch tot niet-ontvankelijk. Daar is een besluit voor nodig. Dan kan m.i. nooit 'kennelijk' gebruikt worden.
Bekijk profiel Stuur privé bericht
bona fides




Geslacht: Man

Studieomgeving (BA): UL
Studieomgeving (MA): UL
Berichten: 22201


BerichtGeplaatst: za 11 feb 2017 0:34    Onderwerp: Reageer met quote Naar onder Naar boven

Regin schreef:
U moet wel een termijn hebben gekregen waarbinnen u in de gelegenheid bent gesteld het verzuim te herstellen.

Dat lijkt hier niet te zijn gebeurd. Het gebrek kon pas worden geconstateerd na het uitblijven van de schriftelijke machtiging en er is vervolgens geen gelegenheid geboden tot herstel. Verzet lijkt mij om die reden al bijzonder kansrijk. (Maar misschien zag de rechtbank het anders dan ik en heeft zij al bij het vragen om een schriftelijke machtiging op art. 6:6 Awb gewezen?)

Ik vraag me wel af of de rechtbank hier art. 6:6 Awb wel kon toepassen. Als de indiener niet gemachtigd is een beroepschrift in te dienen namens de belanghebbende, dan geldt het beroepschrift m.i. als niet ingediend. Dan kom je aan art. 6:6 Awb niet eens toe, zou ik denken. (De jurisprudentie zegt wellicht iets heel anders.)
_________________
Hanc marginis exiguitas non caperet.
Bekijk profiel Stuur privé bericht
bona fides




Geslacht: Man

Studieomgeving (BA): UL
Studieomgeving (MA): UL
Berichten: 22201


BerichtGeplaatst: za 11 feb 2017 16:09    Onderwerp: Reageer met quote Naar onder Naar boven

bona fides schreef:
Ik vraag me wel af of de rechtbank hier art. 6:6 Awb wel kon toepassen. Als de indiener niet gemachtigd is een beroepschrift in te dienen namens de belanghebbende, dan geldt het beroepschrift m.i. als niet ingediend. Dan kom je aan art. 6:6 Awb niet eens toe, zou ik denken. (De jurisprudentie zegt wellicht iets heel anders.)

De HR ziet het inderdaad anders en gooit het min of meer op een ontbrekende ondertekening. Volgens de HR is "indiener" niet de persoon die indient, maar de persoon namens wie wordt ingediend.

HR 10 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:2:
HR schreef:
3.3.1. Ingevolge artikel 6:5, lid 1, aanhef en letter a, Awb wordt het bezwaar- of beroepschrift ondertekend en bevat het – voor zover hier van belang -ten minste de naam en het adres van de indiener. Daarbij wordt met ‘indiener’ bedoeld degene die voor zichzelf beroep instelt of degene namens wie beroep wordt ingesteld (zie HR 17 december 2010, nr. 09/04183, ECLI:NL:HR:2010:BO7505, BNB 2011/73).

3.3.2. Ondertekening van het beroepschrift dient als bewijs dat het geschrift door of namens de indiener is opgesteld. Is het beroepschrift niet door de indiener zelf (mede)ondertekend maar slechts door degene die bij het beroepschrift stelt daartoe te zijn gemachtigd, dan is daarmee dit bewijs niet geleverd indien bij dat beroepschrift geen schriftelijke machtiging wordt overgelegd. In zoverre kleeft dan aan het beroepschrift een gebrek.

3.3.3. Op grond van artikel 6:6 Awb kan het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard indien niet is voldaan aan artikel 6:5 Awb of aan enig ander bij de wet gesteld vereiste voor het in behandeling nemen van het beroep, mits de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn.

3.3.4. Het hiervoor in 3.3.2 bedoelde gebrek is als een zodanig verzuim aan te merken. Dat sluit aan bij de rechtspraak van andere hoogste bestuursrechters (onder meer Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State 17 mei 2006, nr. 200504755/1, ECLI:NL:RVS:2006:AX2140, en Centrale Raad van Beroep 18 juni 2013, nr. 12-5807 WWB, ECLI:NL:CRVB:2013:CA3568). Ook de memorie van toelichting wijst erop dat het ontbreken van een schriftelijke volmacht als een verzuim in de zin van artikel 6:6 Awb moet worden aangemerkt (zie Kamerstukken II 1988/89, 21 221, nr. 3, blz. 123). Dat het ontbreken van het bewijs van machtiging is aan te merken als een verzuim komt tevens tot uitdrukking in artikel 8:24, lid 2, Awb. Daarin is bepaald dat van de gemachtigde een schriftelijke machtiging kan worden verlangd, waarbij een uitzondering wordt gemaakt voor het geval die gemachtigde een advocaat is.

Uit rov. 3.3.4 blijkt dat er wel een beetje gegoocheld moet worden met de tekst van de wet.

Maar goed, het niet overleggen van een schriftelijke machtiging bij het indienen van een beroepschrift levert dus direct al een gebrek op in de zin van art. 6:6 Awb. De rechtbank kan dus op grond van art. 6:6 Awb al om herstel vragen. Blijft dat uit, dan volgt niet-ontvankelijkheid.

HR schreef:
3.4.1. De Rechtbank heeft vastgesteld dat zij bij brief van 29 februari 2012 aan [A] heeft verzocht de gestelde machtiging door belanghebbende binnen vier weken aan te tonen. In die brief is vermeld dat, indien van die gelegenheid geen gebruik wordt gemaakt, er rekening mee moet worden gehouden dat het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard. Voorts heeft de Rechtbank vastgesteld dat [A] niet binnen de gestelde termijn een machtiging heeft overgelegd. Uitgaande van deze vaststellingen, die in cassatie niet worden bestreden, kon de Rechtbank gelet op hetgeen hiervoor in onderdeel 3.3 is overwogen zonder schending van enige rechtsregel het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

In die zaak heeft de rechtbank dus duidelijk al bij het vragen om een schriftelijke machtiging gewezen op het gevaar van niet-ontvankelijkheid. De rechtbank heeft dus direct al gebruikgemaakt van art. 6:6 Awb (en dus niet zozeer van art. 8:24 lid 2 Awb).

HR schreef:
3.4.2. Het niet overleggen van een machtiging kan in verzet niet worden hersteld. De Rechtbank heeft het verzet derhalve terecht ongegrond verklaard.

Voor TS betekent dit m.i. het volgende.

Als de rechtbank direct al heeft gewaarschuwd voor niet-ontvankelijkheid, dan dient hij in verzet aan te tonen dat hij wel degelijk tijdig een schriftelijke machtiging heeft overlegd. Anders kan hij het met zekerheid schudden.

Als de rechtbank niet direct heeft gewezen op dreigende niet-ontvankelijkheid, dan valt te argumenteren dat hij nog niet gewezen was op een gebrek in de zin van art. 6:6 Awb en dat de niet-ontvankelijkheidverklaring te vroeg kwam. Je moet dan duidelijk maken dat rov. 3.4.1 niet voor niets uitdrukkelijk vermeldt dat de brief van de rechtbank in die zaak al direct voor niet-ontvankelijkheid waarschuwde; als de HR de zaak met minder woorden had kunnen afdoen, dan had hij dat gedaan.
_________________
Hanc marginis exiguitas non caperet.
Bekijk profiel Stuur privé bericht
bona fides




Geslacht: Man

Studieomgeving (BA): UL
Studieomgeving (MA): UL
Berichten: 22201


BerichtGeplaatst: za 11 feb 2017 16:38    Onderwerp: Reageer met quote Naar onder Naar boven

HR schreef:
3.3.4. Het hiervoor in 3.3.2 bedoelde gebrek is als een zodanig verzuim aan te merken. Dat sluit aan bij de rechtspraak van andere hoogste bestuursrechters (onder meer Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State 17 mei 2006, nr. 200504755/1, ECLI:NL:RVS:2006:AX2140, en Centrale Raad van Beroep 18 juni 2013, nr. 12-5807 WWB, ECLI:NL:CRVB:2013:CA3568).

Hmmm, dat sluit in het geheel niet aan bij ABRvS 17 mei 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AX2140. Daar maakten zowel de (al dan niet) gemachtigde van het College van B&W als de Secretaris van de Raad van State er een beetje een boeltje van, waarna de Afdeling het gooide op een verstreken beroepstermijn.

Afdeling schreef:
De gestelde vertegenwoordiging is niet binnen de in de brief van de Secretaris van de Raad van State van 1 juni 2005 gestelde termijn aangetoond, noch zijn de gronden van het hoger beroep binnen die gestelde termijn aangevoerd. Aan het op 1 juli 2005 door F. Bottenberg beweerdelijk namens het college gedane verzoek kon niet meer rechtsgeldig gevolg worden gegeven omdat de termijn reeds verstreken was. De brief van 7 juli 2005, waarin aan Castelijn een verlenging is gegund van de termijn voor herstel van verzuim, kan dan ook in dit opzicht geen betekenis toekomen. Termijnen als de gestelde strekken evenals beroepstermijnen immers mede ter bescherming van de belangen van andere partijen in het geding. Gelet op het voorgaande moet ervan worden uitgegaan dat het college pas bij brief van 29 juli 2005, bij de Raad van State ingekomen op 1 augustus 2005, hoger beroep heeft ingesteld, derhalve na het verstrijken van de beroepstermijn. Het hoger beroep dient niet-ontvankelijk te worden verklaard.

Volgens mij komt het erop neer dat de Afdeling het bij brief van 30 mei 2005, bij de RvS ingekomen op 31 mei 2005, door het uitblijven van een machtiging als niet ingediend heeft beschouwd en er dus ook geen uitspraak op doet.

De op 1 augustus 2005 ingekomen - door B&W ondertekende - gronden heeft de Afdeling vervolgens aangemerkt als een op 1 augustus 2005 ingesteld beroep. Dat was te laat, dus niet ontvankelijk.

Dus de Afdeling heeft mijns inziens precies "mijn" lijn gevolgd: een door een niet-gemachtigde ingesteld beroep geldt als niet bestaand, waarbij je aan art. 6:6 Awb niet eens toekomt.
_________________
Hanc marginis exiguitas non caperet.
Bekijk profiel Stuur privé bericht
Regin



Leeftijd: 30
Geslacht: Man
Sterrenbeeld: Leeuw
Studieomgeving (BA): UL
Studieomgeving (MA): UL
Berichten: 1042


BerichtGeplaatst: za 11 feb 2017 19:38    Onderwerp: Reageer met quote Naar onder Naar boven

Zwarte Tulp schreef:
In Art 8:24 staat dat de bestuursrechter KAN vragen om de machtiging. Dus hij mag een verzoek doen, maar het moet niet. Dan kan het toch ook nooit een vereiste zijn om het bij insturen van het beroep al mee te sturen en kan art 6:6 niet gebruikt worden. Ik was op de datum van insturen gemachtigd. Er staat uiteraard een datum op de machtiging.

Art 6:6 . De bestuursrechter KAN besluiten tot niet-ontvankelijk. Hij mag het doen, maar het moet niet. De overtreding (niet insturen machtiging) leidt dus niet automatisch tot niet-ontvankelijk. Daar is een besluit voor nodig. Dan kan m.i. nooit 'kennelijk' gebruikt worden.

Deze lijn van argumentatie is kansloos. Het werkwoord 'kunnen' is gebruikt zodat de bestuursrechter in bijzondere gevallen af kan wijken van de regel die door de wettekst wordt gegeven. Het is niet bedoeld om hem te beperken in de toepassing van normale gevallen die onder de regel vallen. De term 'kennelijk niet-ontvankelijk' komt overigens letterlijk voor in art. 8:54 Awb.

De argumenten van bona fides snijden wel hout. De crux is of de rechtbank op enig moment heeft aangegeven dat het niet opsturen van een schriftelijke machtiging zou leiden tot niet-ontvankelijkheid. Mogelijk staat dat al aangegeven bij de digitale indiening, maar als zonder nader bericht de uitspraak is gevolgd, dan heeft de rechtbank niet voldaan aan het vereiste van een termijn tot herstel.
Bekijk profiel Stuur privé bericht
Zwarte Tulp



Leeftijd: 59
Geslacht: Man
Sterrenbeeld: Stier


Berichten: 10


BerichtGeplaatst: zo 12 feb 2017 22:05    Onderwerp: Reageer met quote Naar onder Naar boven

Ik zie dat ik het verhaal wat nauwkeuriger moet vertellen.

Op 23 november heeft de vriend de machtiging getekend.
Op 2 december heb ik digitaal (rechtspraak.nl) het beroep ingestuurd. Zonder machtiging omdat het zaaknummer nog niet bekend was en je dan de (gedownloade) machtiging moet aanpassen. Volgens mij is er niet expliciet om inzending van een machtiging gevraagd.
Op 16 december ontvangstbevestiging en dat het beroep niet voldeed aan alle voorwaarden het ontbreken van een machtiging. Binnen 4 weken insturen en anders mogelijk niet-ontvankelijk.
Op 23 december de machtiging digitaal verzonden. Ontvangstbevestiging gehad.
Op 3 februari Uitspraak buiten zitting: niet-ontvankelijk. Gebaseerd op art8:24 met als sanctie art 6:6.



Nog wat gevonden in de Procesregeling bestuursrecht 2013:

Artikel 11 De machtiging (artikel 8:24 van de Awb)

Indien de rechtbank van een gemachtigde als bedoeld in artikel 8:24 van de Awb een machtiging verlangt, nodigt zij hem schriftelijk uit de machtiging binnen vier weken in te zenden.

Dat is dus nooit gebeurd en het duidt er toch zeer sterk op dat het dus geen vereiste is bij het indienen van het beroep.
En de brief van 16 december is aangetekend verstuurd maar er is niet voor ontvangst getekend.
Bekijk profiel Stuur privé bericht
bona fides




Geslacht: Man

Studieomgeving (BA): UL
Studieomgeving (MA): UL
Berichten: 22201


BerichtGeplaatst: ma 13 feb 2017 2:42    Onderwerp: Reageer met quote Naar onder Naar boven

Zwarte Tulp schreef:
Op 16 december ontvangstbevestiging en dat het beroep niet voldeed aan alle voorwaarden het ontbreken van een machtiging. Binnen 4 weken insturen en anders mogelijk niet-ontvankelijk.

Quote:
Artikel 11 De machtiging (artikel 8:24 van de Awb)

Indien de rechtbank van een gemachtigde als bedoeld in artikel 8:24 van de Awb een machtiging verlangt, nodigt zij hem schriftelijk uit de machtiging binnen vier weken in te zenden.

Dat is dus nooit gebeurd en het duidt er toch zeer sterk op dat het dus geen vereiste is bij het indienen van het beroep.

Hoezo is dat nooit gebeurd?

Op 16 december ben je gewezen op het feit dat een machtiging ontbrak en dat je deze binnen 4 weken diende in te sturen op straffe van niet-ontvankelijkheid.

Ga je ons nu vertellen dat je niet bent "uitgenodigd" de machtiging binnen 4 weken in te zenden?

Quote:
Op 23 december de machtiging digitaal verzonden. Ontvangstbevestiging gehad.

Als de rechtbank over het hoofd heeft gezien dat de machtiging tijdig is ingestuurd, dan zal je verzet slagen. Maar je lijkt op zoek te zijn naar een "slimme" manier om je ergens uit te redden, dus er is wellicht iets meer aan de hand.
_________________
Hanc marginis exiguitas non caperet.
Bekijk profiel Stuur privé bericht
Zwarte Tulp



Leeftijd: 59
Geslacht: Man
Sterrenbeeld: Stier


Berichten: 10


BerichtGeplaatst: ma 13 feb 2017 17:39    Onderwerp: Reageer met quote Naar onder Naar boven

Quote:
Hoezo is dat nooit gebeurd?


De brief van 16 december stelde dat ik verzuim was om de machtiging in te sturen, maar voor 16 december is nooit om de machtiging gevraagd.

In de toelichting bij de Procesregeling staat zelfs:

Artikel 11 De machtiging
Het ontbreken van een machtiging is pas een verzuim als de rechtbank daarom heeft gevraagd.

Quote:
Ga je ons nu vertellen dat je niet bent "uitgenodigd" de machtiging binnen 4 weken in te zenden?


Niet op grond van art 8:24 maar art 6.6 om een verzuim te herstellen.
Artrikel 11 zegt dus impliciet dat de machtiging niet vereist is bij inzending beroep en art 6.6 niet van toepassing is en ik niet in verzuim was.

Quote:
Maar je lijkt op zoek te zijn naar een "slimme" manier om je ergens uit te redden, dus er is wellicht iets meer aan de hand.


Ik ben nu 9 maanden bezig met brieven schrijven om recht gedaan te krijgen. Aan de 'andere kant' (de belastingdienst) wordt enorm geblunderd (echt heel erg) met van alles en nog wat en dat schijnt allemaal te kunnen. Nu 'geconstateerd' is dat er geen machtiging is wordt meteen het zwaarste middel ingezet om me af te serveren. Blijkbaar is zo'n papiertje veel belangrijker dan het belang van de vriend en 9 maanden vechten. De rechtbank had ook kunnen emailen of bellen om het me op de man af te vragen. En bovendien heb ik de pest aan organisaties die de regels niet naleven of van alles verzinnen om er niet aan te voldoen. Dat kan je zo hebben met Asperger klantjes (ik dus).
Bekijk profiel Stuur privé bericht
bona fides




Geslacht: Man

Studieomgeving (BA): UL
Studieomgeving (MA): UL
Berichten: 22201


BerichtGeplaatst: di 14 feb 2017 2:03    Onderwerp: Reageer met quote Naar onder Naar boven

Dus je kunt blijkbaar niet aantonen dat je tijdig een machtiging hebt ingestuurd? Want anders is er geen reden om je druk te maken (op begrijpelijke irritatie na dat de rechtbank die tijdig ingestuurde machtiging niet heeft opgemerkt).

De lijn van de HR is dat een ontbrekende machtiging bij het indienen van een beroepschrift een gebrek in de zin van art. 6:6 Awb oplevert. Bij een belastingzaak geldt met zekerheid die lijn van de HR.
_________________
Hanc marginis exiguitas non caperet.
Bekijk profiel Stuur privé bericht
Zwarte Tulp



Leeftijd: 59
Geslacht: Man
Sterrenbeeld: Stier


Berichten: 10


BerichtGeplaatst: di 14 feb 2017 11:19    Onderwerp: Reageer met quote Naar onder Naar boven

Quote:
Dus je kunt blijkbaar niet aantonen dat je tijdig een machtiging hebt ingestuurd?


De website van de rechtspraak heeft de machtiging voorzien van datum/tijd stempel en die is mijn bezit en dat zou voldoende moeten wezen, maar daar gok ik niet op.

Quote:
Want anders is er geen reden om je druk te maken (op begrijpelijke irritatie na dat de rechtbank die tijdig ingestuurde machtiging niet heeft opgemerkt).


Ik ben gewoon een ontzettend irritant mannetje als het gaat om autoriteiten die gaan roepen wat ik allemaal moet doen en helemaal als ze beweren dat ik dingen fout doe en ondertussen zelf de regels niet toepassen. Daar wil ik ze graag even op wijzen. Bijkomend effect is dat ze er soms volkomen van in de stress schieten en echte fouten gaan maken waar ik gebruik van kan maken. De belastingdienst heeft daardoor verzuimd inzage in het dossier te geven voor de hoorzitting, geen hoorverslag gemaakt en een illegale termijnverlenging toegepast. Die hebben ondertussen een paar dwangsommen aan de broek hangen wegens beslistermijn overschrijding. En dan presteren ze het ook nog om de uitspraak op bezwaar bestemd voor een ander te gebruiken en waarvan alleen de samenvatting van de bezwaren is aangepast en dus nergens op slaat.

Quote:
De lijn van de HR is dat een ontbrekende machtiging bij het indienen van een beroepschrift een gebrek in de zin van art. 6:6 Awb oplevert.


Ik heb die ene uitspraak gelezen en ik vind het enorm rammelen en vergezocht, gemierenneuk op de vierkante millimeter. Hoe je zo'n wet dan als gewoon burger nog zou moeten begrijpen is mij duister. Ik heb ook uitspraken van gerechtshoven gezien die de tegengestelde mening zijn toegedaan. Als de wetgever een machtiging vereist vond dan had het wel in art 6:5 gestaan. En waarom zou art 8:24 lid 2 dan nog opgenomen zijn. De rechtbank heeft zich gecommiteerd aan de Procesregeling 2013.

Quote:
Bij een belastingzaak geldt met zekerheid die lijn van de HR.


In alle contacten met de belastingdienst en de bezwaarprocedure heeft de vriend ondertekend of mede-ondertekend.
Bekijk profiel Stuur privé bericht
bona fides




Geslacht: Man

Studieomgeving (BA): UL
Studieomgeving (MA): UL
Berichten: 22201


BerichtGeplaatst: wo 15 feb 2017 1:09    Onderwerp: Reageer met quote Naar onder Naar boven

Zwarte Tulp schreef:
En waarom zou art 8:24 lid 2 dan nog opgenomen zijn.

Art. 8:24 lid 2 Awb ziet op al het verkeer tussen alle partijen en rechtbank waarbij een (al dan niet) gemachtigde is betrokken en niet alleen op het indienen van het beroepschrift door de appellant.

Maar hoe je het ook wendt of keert: er is 4 weken geboden voor het indienen van een machtiging. Als na die 4 weken geen machtiging is ingediend mag/moet de rechtbank ervan uitgaan dat het beroepschrift niet geldig namens de appellant is ingediend. Het kan niet zijn dat jij op eigen houtje kunt beslissen namens een ander die daar helemaal geen behoefte aan heeft beroep in te stellen.

De enige vraag is of dit dan onder art. 6:5/6:6 Awb valt of gewoonweg wordt afgedaan met "beroepschrift geldt als niet ingediend". Nu is dat laatste geen dictum dat je in de Awb kunt terugvinden, dus dat de HR kiest voor niet-ontvankelijkheid via art. 6:6 Awb is begrijpelijk.

Welke uitspraken van lagere rechters heb je gevonden die voor jou gunstiger zijn?

Quote:
Hoe je zo'n wet dan als gewoon burger nog zou moeten begrijpen is mij duister.

Als gewoon burger kun je ook besluiten aandachtig te lezen:
Quote:
Op 16 december ontvangstbevestiging en dat het beroep niet voldeed aan alle voorwaarden het ontbreken van een machtiging. Binnen 4 weken insturen en anders mogelijk niet-ontvankelijk.

Hier staat duidelijke taal.
_________________
Hanc marginis exiguitas non caperet.
Bekijk profiel Stuur privé bericht
bona fides




Geslacht: Man

Studieomgeving (BA): UL
Studieomgeving (MA): UL
Berichten: 22201


BerichtGeplaatst: wo 15 feb 2017 2:46    Onderwerp: Reageer met quote Naar onder Naar boven

De hoogste rechters zijn in ieder geval niet altijd consistent.

CRvB 27 oktober 2006, ECLI:NL:CRVB:2006:AZ4462:
CRvB schreef:
Appellant heeft, beweerdelijk namens [betrokkene] hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

(...)

De Raad overweegt voorts ten overvloede het volgende.

Ingevolge artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:24 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kan de Raad van een gemachtigde een schriftelijke machtiging verlangen.

Bij brief van 16 maart 2006 is aan appellant verzocht binnen vier weken een schriftelijke machtiging over te leggen.

Appellant heeft deze termijn ongebruikt voorbij laten gaan.

Bij aangetekende brief van 18 april 2006 is appellant nogmaals in de gelegenheid gesteld de verlangde machtiging in te zenden. Daarbij is een termijn van vier weken gesteld.

Laatstgenoemd schrijven is eveneens op 19 april 2006 door de TPG Post aan appellant aangeboden en vervolgens op 15 mei 2006 door de Raad retour ontvangen met op de enveloppe de door de TPG Post aangebrachte mededeling “niet afgehaald”.

De Raad stelt vast dat de machtiging niet binnen de gestelde termijn is overlegd.

Gelet op het voorgaande komt de Raad tot het oordeel dat appellant moet worden geacht voor zichzelf hoger beroep te hebben ingesteld.

Ingevolge artikel 18 van de Beroepswet kan, voor zover hier van belang, een belang-hebbende hoger beroep instellen. Op grond van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb wordt onder belanghebbende verstaan degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Van enig belang van appellant bij het besluit van de IB-Groep van

27 januari 2005 is naar het oordeel van de Raad geen sprake. Derhalve kan appellant niet als belanghebbende worden aangemerkt, zodat de Raad het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk acht.

De "appellant" stelt namens een ander beroep in maar verzuimt een machtiging te overleggen. De CRvB trekt daaruit de conclusie dat de "appellant" namens zichzelf beroep heeft ingesteld (maar blijkt vervolgens geen belanghebbende te zijn). Dat lijkt mij onjuist (handel je namens een ander dan handel je wellicht onbevoegd maar in ieder geval niet in eigen naam) en in andere uitspraken van de CRvB en andere rechters lijkt dit ook altijd anders te worden gezien.

HR 12 april 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ6830:
HR schreef:
Arrest

gewezen op het door A te Q ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 31 mei 2012, nr. 10/00477, betreffende een aan X opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.

1. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

1.1. Het beroep in cassatie is door A ingesteld namens X te Z.

1.2. Bij aangetekende brief van 10 januari 2013, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgehaald op de afhaallocatie, heeft de griffier van de Hoge Raad de indiener van het beroepschrift verzocht binnen vier weken na de dagtekening van deze brief een bewijsstuk van de aan hem verstrekte volmacht tot het indienen van het beroepschrift in cassatie over te leggen, dan wel een verklaring van degene namens wie hij beroep in cassatie heeft ingesteld, dat deze daarmee instemt. De indiener van het beroepschrift is evenwel in gebreke gebleven aan dat verzoek te voldoen.

1.3. Wel bevindt zich bij de stukken van het geding een schriftelijke volmacht waarbij X aan A de bevoegdheid verleent om in deze zaak namens hem te handelen "inzake het bij de Rechtbank Haarlem ingediende beroepschrift". Een aldus geformuleerde volmacht omvat echter niet de bevoegdheid om beroep in cassatie in te stellen tegen de uitspraak die door het

Hof is gedaan op het hoger beroep tegen de uitspraak van de Rechtbank in die zaak.

1.4. Gelet op het voorgaande gaat de Hoge Raad bij gebreke van bewijs van een toereikende volmacht ervan uit dat het beroep in cassatie onbevoegdelijk is ingesteld. De Hoge Raad zal om die reden het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.

De HR merkt hier persoon A aan als de "indiener" van het beroep. In het arrest van 10 januari 2014 maakt de HR echter nu juist duidelijk dat de "indiener" de persoon is namens wie beroep wordt ingesteld. En dat is hier niet A maar X. (In dat arrest verwijst de HR naar een arrest uit 2010 waarin hij uitlegt dat "indiener" in art. 8:41 Awb naar de persoon namens wie beroep wordt ingesteld verwijst. Ik ben het overigens met deze uitleg van "indiener" eens, want de Awb lijkt op dit punt heel consistent te zijn.)

Verder maalt de HR hier niet om art. 6:6 Awb maar concludeert hij eenvoudigweg dat het beroep onbevoegdelijk is ingesteld en dus niet-ontvankelijk is. Persoonlijk lijkt mij dat het meest zuiver. Maar je kunt je afvragen wat dan de situatie is als na het verstrijken van de gestelde termijn of bijvoorbeeld pas in verzet de machtiging wordt overlegd en daarmee het bewijs wordt geleverd dat het beroep (desnoods met terugwerkende kracht, art. 3:69 lid 1 jo. 3:79 BW) bevoegdelijk is ingesteld.
_________________
Hanc marginis exiguitas non caperet.
Bekijk profiel Stuur privé bericht
Berichten van afgelopen:   
Plaats nieuw bericht   Plaats reactie Pagina 1 van 2 Ga naar pagina 1, 2  Volgende

Tijden zijn in GMT + 2 uur


Wie zijn er online?
Leden op dit forum: Geen

U mag geen nieuwe onderwerpen plaatsen
U mag geen reacties plaatsen
U mag uw berichten niet bewerken
U mag uw berichten niet verwijderen
U mag niet stemmen in polls

Ga naar:  



Home | Over Rechtenforum.nl | Agenda | Visie | Downloads | Links | Mail deze site | Contact

Sites: Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | Juridischeagenda.nl | Juridica.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl

Judex.nl | Rechtsinfo.nl | Scheidingsprofs.nl | Netjesscheiden.nl

© 2003 - 2017 Rechtenforum.nl | Gebruiksvoorwaarden | Privacyverklaring | RSS feeds